1920: Julie de Graag

Blog door collectiebeheerder Kunstverzamelingen Celeste Langedijk

Tijdens mijn opleiding aan Academie D’Witte Lelie in Amsterdam heb ik mij veel bezig gehouden met en een grote liefde opgedaan voor druktechnieken. Daarom houd ik bij mijn werkzaamheden met de tekeningen- en prentencollectie van Teylers Museum altijd mijn ogen open voor bijzondere kunstenaars die misschien niet wereldberoemd zijn maar zeker de moeite waard zijn om eens aandachtig te bekijken.

Vandaag kijk ik 100 jaar terug in de tijd naar kunstenares en graficus Julie de Graag (1877-1924).

De Graag studeerde vanaf 1890 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en volgde daarnaast lessen kunstbeschouwing. Na haar opleiding vestigde zij zich als zelfstandig kunstenares in Laren en gaf enkele uren per week tekenlessen. In haar werk richtte ze zich vooral op het maken van houtsneden.

Voor het maken van deze prenten gebruikte ze voornamelijk kopshout (de kopse kant van een boomstam, het zaagvlak is haaks op de stam van de boom). Dit hout is harder en daardoor moeilijker te bewerken maar geeft een fijner resultaat. Bij de houtsnede wordt het deel dat niet wordt afgedrukt weggestoken met een guts. De lijnen en vlakken die overblijven worden vervolgens ingerold met drukinkt en afgedrukt op papier (denk aan een stempel).

De houtsneden van Julie de Graag hebben eenvoudige composities en een helder en krachtig gestileerd beeld. De prenten van De Graag in Teylers Museum zijn bijna allemaal in zwarte inkt gedrukt maar de kunstenares maakte ook veel gebruik van kleur.

Mijn favoriet uit de collectie van Teylers Museum:

Julie de Graag, Kop van een hond, 1920, houtsnede (TvB G 1090)

Celeste Langedijk is sinds 2004 collectiebeheerder Kunstverzamelingen bij Teylers Museum. Dit blog werd geschreven op 26 maart 2020.