Alle ‘teid’ bijeen

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Carel Konsé, Vier broers Jorissen, samen 332 jaren oud. 1767, zilver (TMNK 02109

In 1767 vierden vier broers dat zij tezamen 332 jaar oud waren. Dit heuglijke feit lieten zij door de Amsterdamse medailleur Carel Frederik Konsé (1736-1786) op een penning vastleggen.

De broers kwamen uit een gezin met twaalf kinderen, waarvan alleen zij vieren in 1767 nog in leven waren. De familie woonde in Wezel (Wesel), een stad die tegenwoordig net over de grens in Duitsland ligt. De oudste twee broers bleven daar wonen en werken: Jacob (1679-1771) als lakenhandelaar en Theodorus (1682-1771) als brouwer. De jongste, Matthias (1689-1777), studeerde theologie in Duisburg waarna hij achtereenvolgens in Rumpt (1718), Geldermalsen (1719-1744) en Wezel (1744-1777) predikant werd.

Het zou niet zo eenvoudig geweest zijn om meer over deze heren te weten te komen, als de vierde broer – wijnkoopman Bernhard (1687-1775) – niet toevallig in Amsterdam was neergestreken en daar in 1770 een testament had laten opmaken. Dat testament gaf niet alleen de namen van de broers prijs maar toonde ook dat Bernhard vermogend was. Hij verdeelde tienduizenden guldens over zijn nazaten en familieleden.

Dat het met de familierelaties wel goed zat, toont ook deze penning, die is gedateerd op 18 juli 1767. De broers staan hier lachend bijeen, waarbij Matthias vooraan staat bij een offerzuil. Naar huidige maatstaven rammelt de tekst aan alle kanten. Aangezien pas in de loop van de negentiende eeuw de standaardspelling werd ingevoerd, mag dat de stempelsnijder niet worden aangerekend. Naast de datum en namen van de betrokkenen, staat er: ‘DRIE EEUWEN TEIDS, EN TWË EN DERTIG JAAR, IS T’LEEVEN VAN DIT DUBBEL BROEDERPAAR’ en ‘OPREGHTE DANKBAARHEIT, WORD GOD HIER TOEGEWEIT’. De penning is in november 1880 door Adriaan Enschedé, lid van Teylers Tweede Genootschap, voor het museum aangekocht op een veiling in Amsterdam.

Wat er zo speciaal was aan de datum 18 juli 1767 weet ik niet. Wel had de penning bij nader inzien nog wat later kunnen worden uitgegeven, daar pas in 1771 de twee oudste broers kwamen te overlijden. Zo hadden nog zestien levensjaren aan de penning toegevoegd kunnen worden. Maar met 332 jaar is uiteraard volstrekt niets mis. Bovendien is het alles bij elkaar opgeteld een uniek onderwerp voor een penning; ik ken geen enkel ander voorbeeld.

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 6 april 2021.