De noodmunt die geen noodmunt is

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Anoniem, ontzet van Bergen op Zoom, 13 november 1588, zilver, 52 x 52 mm (TMNK 16480)

Pieter Jacob van Dijk van Mathenesse (1825-1905) was naast burgemeester van Schiedam ook een verwoed verzamelaar. Hij had geregeld contact met Theodorus Marinus Roest, de eerste conservator van het Numismatisch Kabinet, met wie hij ook enige stukken ruilde danwel schonk ten gunste van de museumcollectie. Na Van Dijk van Mathenesses overlijden in 1905 bleef zijn verzameling nog ruim een decennia bijeen, tot in 1917 ook zijn vrouw – Elisabeth Maria Knappert (1828-1917) – stierf. De erfgenamen ontfermden zich over de boedel en brachten de numismatische collectie nog in oktober van datzelfde jaar ter veiling bij Frederik Muller te Amsterdam.

Onder kavel 545 werd daar de bij deze blog afgebeelde noodmunt aangeboden, die samen met zo’n 80 rekenpenningen voor het museum werd aangekocht door Adolf Octave van Kerkwijk (1873-1957), de toenmalige conservator van het Numismatisch Kabinet. Dit was de laatste grote aankoop voor het kabinet in deze periode, want enige weken later zou de belangrijkste inkomstenbron van Teylers Stichting opdrogen. Door de Russische Revolutie degradeerde namelijk een waardevol pakket Russische obligaties in één klap tot oud papier (zie Teylers Magazijn 121).

De noodmunt zal zijn aangekocht omdat het paste bij de brede verzameling penningen over de vaderlandse geschiedenis. Deze manier van verzamelen – waarbij munten werden verzameld op momenten dat het historische verhaal onvoldoende via penningen kon worden verteld – was een erfenis uit de tijd van de Verlichting. Het was een gebruikelijke manier van verzamelen, zoals ook uit de achttiende-eeuwse publicaties van Van Loon blijkt. Ook de grondlegger van de numismatische verzameling van het museum, Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778), deed dit.

Maar nu Bergen op Zoom. De stad werd in de loop van de eeuwen enige malen belegerd. Zoals in 1747 door de Fransen, die de stad innamen, plunderden en in brand staken. Al eerder, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, vonden er twee vruchteloze belegeringen plaats. Zowel in 1588 als in 1622 probeerden de Spanjaarden om de stad in te nemen. In 1588 stootte Alexander Farnese, de hertog van Parma, zijn neus en in 1622 waren dit Ambrogio Spinola (zie een andere blog) en Luis de Velasco. De bewuste noodmunt draagt het jaartal 1588 en heeft het gewicht van een zilveren daalder. De voorzijde van het ruitvormige stuk toont het versierde wapenschild van Bergen op Zoom binnen een lauwerkrans, afgezet met bloemen. De keerzijde draagt een vijfregelig opschrift in een parelrand: D(eus) O(ptimus) M(aximus) OBSID(ione) LIB(eravit) BERGEN (ad zomam) AN(n)O 1588 13 NO(vembris).

Bergen op Zoom heeft echter geen noodmunten laten uitgeven. Op 13 november 1588 joeg een leger onder leiding van prins Maurits de belegeraars weg. Deze datum staat trots op de ‘noodmunt’, wat betekent dat dit stuk moet zijn gemaakt nadat de stad Bergen op Zoom al was bevrijd. Het is dus geen muntstuk dat is gebruikt tijdens het beleg, maar een herinneringspenning in de vorm van een noodmunt. Mogelijk was de stad zelf de opdrachtgever van deze productie, want volgens een oude tekst heeft de stad als een bedankje na het beleg zes soortgelijke penningen (van goud) ‘vvtghedeelt onder de Ritmeesters en Hopmannen’. Het gebeurde wel vaker dat na de eerste productie de stempels werden bewaard, waarna geïnteresseerden een zilveren exemplaar konden bestellen. Mogelijk is dat de directe achtergrond van het ontstaan van deze zilveren penning.

 

Anoniem, rekenpenning over de Engelse hulp aan de opstandelingen. 1586, koper, 31 mm (TMNK 04446)

Op zoek naar meer beeldmateriaal viel een tweede stuk door de mand. Het bijgaande exemplaar is een koperen rekenpenning uit 1586, welke beschreven stond als ‘rekenpenning over de hulp uit Engeland en het beëindigen van de belegering van Bergen op Zoom door de Spanjaarden’. Het jaartal 1586 strookt echter duidelijk niet met het jaar van de belegering. Nadere bestudering leert, dat het omschrift ‘AVTORE DEO FAVENTE REGINA’ enkel verwijst naar de Engelse steun. Waarom de verwijzing naar het beleg van Bergen op Zoom bij dit stuk vermeld werd is onopgehelderd, in ieder geval is dat tekstdeel inmiddels geschrapt. 

Of Van Kerkwijk de geschiedenis van de als noodmunt vermomde penning kende is onbekend. Pas enige jaren later verscheen er in het Jaarboek voor Munt- en Penningkunde een artikel over de achtergronden van dit stuk. Feit is wel dat de penning waarschijnlijk in Bergen op Zoom is vervaardigd, kort na het beleg. Het is dus in alle gevallen een mooie aanwinst voor de museumcollectie en wie tegenwoordig het Numismatisch Kabinet bezoekt zal zien dat Van Kerkwijk via zijn schilderij nog altijd over de collectie munten en penningen waakt.

Hendrik van Borssum Buisman, portret van Adolf van Kerkwijk. 1938, olieverf op doek 121 x 105 cm (KS 212)

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 9 juni 2020.