De tsaar en de penningkundige

Blog door conservator Jan Pelsdonk

In Zaandam staat een kleine arbeiderswoning uit 1632. Het pand is bijzonder omdat het een van de oudste nog bestaande houten huizen in Nederland is. Wat het extra interessant maakt, is dat in 1697 tsaar Peter de Grote (1682-1725) er enige dagen verbleef toen hij zich verdiepte in de scheepsbouw.

Johannis Schouberg, Bezoek van Alexander II aan het Czaar Peterhuisje in Zaandam. 1839, zilver, 42 mm (TMNK 03904)

Het zogenoemde Czaar Peterhuisje is in 1839 door de Utrechtse medailleur Johannis Schouberg (1798-1864) op een penning vereeuwigd. De penning herinnert aan het bezoek dat tsarevitsj (troonopvolger) Alexander II op 17 april van dat jaar aan het huisje bracht, in gezelschap van onder andere koning Willem II en koningin Anna Paulowna. Een schilderij in het Rijksmuseum te Amsterdam toont dat het in het kleine pand een drukke bedoening schijnt te zijn geweest. En er zou tevens zijn geluncht; waarschijnlijk slechts door de hoofdrolspelers, waarbij de rest van de bezoekers buiten de arbeiderswoning heeft staan wachten.

De teksten op de penning zijn in het Latijn gesteld; de lingua franca op munten en penningen in die dagen. In dit geval kwam het ook mooi uit in verband met de internationale ontvangers. De dubbele datum op de keerzijde, 5-17 april, duidt niet op de lengte van het bezoek van Alexander II aan Nederland of het huisje. Het toont simpelweg de jaartelling volgens de juliaanse kalender (die in Rusland in gebruik bleef tot de revolutie in 1917) en de gregoriaanse kalender (die al langere tijd in Nederland gebruikt werd). Niet overal werd op hetzelfde moment overgestapt naar de verbeterde, gregoriaanse kalender. Zelfs niet binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden. Dit compliceerde het reizen en het maken van afspraken. Het levert ook aardigheden op. Zo vond de Russische Oktoberrevolutie plaats in november en zonk VOC-schip de Rooswijk, dat op 8 januari 1740 van Texel vertrok, in 1739 voor de kust van Engeland.

Alexander zou in 1855 tsaar van Rusland worden. Zijn regering kenmerkte zich door hervormingen, wat niet iedereen hem in dank afnam. In 1881 kwam hij bij een bomaanslag om het leven. Daarmee lijkt de kous van deze blog af, ware het niet dat de kleine lettertjes niet over het hoofd gezien mogen worden. Er staat: G.V.O. INV . I.P. SCHOUBERG F. Het laatste deel is duidelijk: Johannis Petrus Schouberg fecit (heeft gemaakt). Het eerste deel, met inv (ontwerper) blijft echter onduidelijk. Wie was deze GVO die de ontwerptekening van het huisje aanleverde? De kunstschilder Jan van Os is weleens genoemd, maar ik ken van hem geen afbeelding van het Czaar Peterhuisje. Ik wilde net de handdoek in de ring werpen en u – als lezer – om hulp vragen, toen de puzzelstukjes plots op zijn plaats vielen. De initialen GVO deden mij denken aan de penningkundige Gerrit van Orden (1774-1854) die enige numismatische publicaties op zijn naam geeft staan. Leefde hij in de nabijheid van ’s Rijks Munt in Utrecht? Het internet bood in 0,02 seconde het antwoord, dat veel mooier bleek dan gedacht. Gerrit was namelijk in de periode 1838-1845 burgemeester van Zaandam. Het was deze Gerrit die tijdens het bezoek de deur van het Czaar Peterhuisje opende om de belangrijke bezoekers binnen te laten. Bij een levensbeschrijving over Van Orden staat ‘Van Orden zorgde dat het bezoek van de grootvorst door een fraai verkrijgbare gedenkpenning vereeuwigd werd, waarvan hij later voor eigen rekening de vorstelijke bezoeker een gouden exemplaar aanbood, die hem als blijk van erkentelijkheid een diamanten ring toezond’.

Hiermee is weer een stukje numismatische geschiedenis ontrafeld. Tegelijkertijd roept het weer een nieuwe vraag op, want in de tijd dat Van Orden leefde lag de numismatische collectie in Teylers Museum verborgen achter slot en grendel. Waarom zou hij het museum in 1825 dan een boek hebben geschonken? Zou er een verband zijn te leggen tussen de drukker L. Herdingh en Zoon te Leiden en Vincent Pieterszoon Herdingh (1779-1858) die in de periode 1841-1858 directeur was van Teylers Stichting? Het antwoord op deze vraag blijft vooralsnog open maar zou meer licht kunnen werpen op deze voor Teylers Numismatisch Kabinet zo duistere periode.

Opdracht in de Handleiding voor Verzamelaars van Nederlandsche historiepenningen, door G. van Orden (Leiden 1825) (CBNK 0414)

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 20 april 2021.