De ultieme vernoeming

Blog door junior conservator wetenschap Moed de Vries

Als je alle loftuitingen aan het adres van Carl Linnaeus (23 mei 1707-10 januari 1778) leest, en die begonnen al tijdens zijn leven, dan lijkt het wel alsof er nooit een groter mens geleefd heeft. Carolus Linnaeus, of Carl von Linné (nadat hij in 1761 tot de adel was verheven), wordt o.a. de ‘Princeps botanicorum (Prins der Botanisten)’ en de ‘Plinius van het Noorden’ genoemd. Zelf was Linnaeus ook niet bijzonder bescheiden, hij zette in een van zijn autobiografieën zijn prestaties uiteen; ‘Niemand is een groter botanist of zoöloog geweest, niemand heeft meer boeken zo correct, zo methodisch geschreven en uit eigen ervaring, niemand heeft een heel wetenschapsgebied zo compleet veranderd…’

Het klinkt niet bijzonder sympathiek, maar het is wel waar. Met Linnaeus is de wetenschappelijke, geünificeerde nomenclatuur in de botanie en zoölogie officieel begonnen, een mijlpaal in deze wetenschapsvelden. De indeling in afdelingen, klassen, ordes, geslachten en soorten waartoe alle dieren op aarde behoren, het systeem zoals wij dat allemaal op school hebben gehad, is met hem begonnen. De eerste publicatie waarin Linnaeus dit systeem beschrijft, is Systema Naturae, voor het eerst gepubliceerd in Leiden in 1735. Van deze eerste versie bezit Teylers Museum een exemplaar, volledig door te bladeren online. Erg spannend is het op het eerste gezicht niet; ondanks dat het al het dierenleven op aarde beschrijft is er geen dier te zien, slechts tabellen. De wetenschappelijke waarde van dit werk valt echter niet te onderschatten. Ver voor de acceptatie van een evolutietheorie in de biologie deelde Linnaeus ook de mens in, niet als aparte categorie, maar bij de primaten (als Anthropomorpha). Dit was niet omdat hij daar een evolutionair verband vermoedde, zoals Darwin een eeuw later zou doen, maar omdat hij zijn werk zag als het systematiseren van God’s schepping: hij vond het een logische plek.

Naast de Systema Naturae is de Species Plantarum (eerste druk uit 1753) van Linnaeus de standaard voor de systematische naamgeving in de botanie geworden, hier is voor het eerst de binominale nomenclatuur die voortvloeit uit Linneaus’ systematiek doorgevoerd. Behalve een geslachtsnaam kregen planten nu ook een soortnaam. Hoewel de Systema Naturae uit 1735 stamt werd met Linnaeus’ werk het beginpunt van de zoölogische nomenclatuur met terugwerkende kracht op 1758 vastgesteld: de tiende druk van de Systema Naturae. Dit is omdat Linnaeus dan pas ook in het dierenrijk de binominale naamgeving consequent toepast. Een voorbeeld: de tot hetzelfde geslacht behorende kameel en dromedaris hebben de wetenschappelijke naam Camelus ferus en Camelus dromedarius respectievelijk. Die laatste één van de meer dan 4000 diersoorten die door Linnaeus zelf voor het eerst benoemd is.

Deze binominale nomenclatuur van Linnaeus is nog steeds de basis van de huidige naamgeving van alle levensvormen op aarde. Het ICZN (International Commission on Zoological Nomenclature) overziet deze naamgevingsregels sinds 1895. Eén van de vele criteria van naamgeving is het hebben van een type-specimen: een individu van een bepaalde soort, waaraan de rest van de soort gedefinieerd wordt. Als dit achteraf gebeurt, dus niet tijdens het ontdekken van de soort, heet dit type een lectotype. In 1959 merkte Professor William Stearn op dat ‘Linnaeus himself, must stand as the type of his Homo Sapiens’. Dit was genoeg om ervoor te zorgen dat volgens de regels van het ICZN Carl Linnaeus officieel het lectotype van de menssoort is geworden. Homo sapiens is gedefinieerd als de diersoort waartoe Linnaeus behoort: de ultieme vernoeming.

Systema naturae sive regna tria naturae systematicae proposita per classes, ordines, genera & species, Carl Linnaeus, 1735 
Blader door boek: Systema naturae

Moed de Vries werkt sinds 2020 als junior conservator wetenschap in Teylers Museum. Deze blog werd geschreven op 19 mei 2020.