“De werken van Vincent van Gogh blijven steeds voorhanden”

Blog door vrijwilliger afdeling wetenschap Bas Kamps

Talloos zijn de kunstenaars die bij leven niet werden erkend, die geen werken verkochten. Ze waren hun tijd vooruit, ze vielen niet in de smaak. Of ze waren simpelweg nog onontdekt, velen zijn ook nooit ontdekt.

Van Vincent van Gogh (1853-1890) weten we dat hij tijdens zijn leven weinig verkocht; wat tekeningen, een paar schilderijen. Soms ruilde hij een schilderij voor verf of schilderspullen. Zijn broer, Theo, heeft ook het een en ander voor zijn broer verkocht. 

Vincent schreef twee jaar voor zijn dood aan Theo: “Het is een tamelijk treurig vooruitzicht om tegen mezelf te moeten zeggen dat het schilderwerk dat ik maak, wellicht nooit enige waarde zal hebben. Als het waard was wat het kost, zou ik tegen mezelf kunnen zeggen: ik heb me nooit om geld bekommerd.” (Brief aan Theo van maandag 13 augustus 1888.)

Toch was het verrassend en verwonderend om deze advertentie te zien. Het is een advertentie op de achterkant van een tijdschrift, genaamd “de Beweging”. Het is het de tweede jaargang, het nummer van juli 1906. De Beweging is een blad voor mensen met een brede belangstelling: letteren, kunst, wetenschap en staatskunde, zoals vermeld wordt op de kaft. Een verheven doelstelling, die niet zou misstaan in de verlichting. De dichter en essayist Albert Verweij voerde de redactie.

De advertentie is dus 16 jaar na van Goghs ontijdige dood geplaatst. Het is een advertentie uit een tussenfase. Van Gogh was kennelijk inmiddels bekend genoeg om alleen met zijn naam te adverteren, maar nog niet geliefd genoeg dat zijn werken uitverkocht zouden kunnen raken. Anders kan het immers niet dat de werken “steeds voorhanden blijven”, alsof er een onuitputtelijke hoeveelheid zou zijn.

De nalatenschap van Vincent werd door Jo van Gogh-Bonger beheerd tot haar dood in 1925. Jo was de vrouw van broer Theo, die al binnen een jaar na Vincent overleed. De werken werden via de kunsthandel van de weduwe Oldenzeel verhandeld. De weduwe had eind 1904 in Rotterdam een verkooptentoonstelling georganiseerd, waar 77 werken van Vincent te koop waren.

Hélène Kröller-Müller kocht haar eerste twee van Goghs in 1908: Bosrand en Vier uitgebloeide zonnebloemen. In 1909 volgden de Zaaier (naar Millet) en Mand met citroenen en fles. Gezien de huidige waarde van werken van van Gogh is een dergelijke advertentie niet meer voor te stellen. Wel is het verleidelijk te mijmeren over verloren kansen. 

Het tijdschrift waarin je deze advertentie tegen kunt komen, komt uit de collectie van Henrik Antoon Lorentz. Lorentz was tussen 1909 en 1928 directeur van het natuurkundig Laboratorium van Teylers Stichting. Er staat een artikel in van Frederik van Eeden (“Poëzie, Wijsbegeerte en Mathesis”, wiskunde zouden we nu zeggen. In het essay wordt Lorentz ook opgevoerd als beroemd geleerde). Lorentz las de beschouwingen van stadsgenoot van Eeden, ze kenden elkaar ook. Hierom is dit tijdschrift onderdeel van de nalatenschap van Lorentz en onderdeel van de collectie van Teylers Museum. 

 

Bas Kamps is vrijwilliger op de afdeling wetenschap van Teylers Museum. Dit blog werd door hem geschreven op 12 december 2020.