Dodelijke ziekte houdt huis

Blog door conservator Jan Pelsdonk

In de collectie van Teylers Museum ligt een penning uit het privébezit van Pieter Teyler van der Hulst, over de rampzalige reis van het VOC-schip de Gouden Buys. Het gloednieuwe schip van de Kamer Enkhuizen vertrok op 4 mei 1693 voor een reis naar Batavia. Aan boord brak echter een besmettelijke, dodelijke ziekte uit. Van de 190 mensen aan boord wisten de laatste zeven overlevenden het schip op 11 oktober van dat jaar te laten stranden in de Sint Helenabaai aan de Afrikaanse westkust. Daarna was de uitputtingsslag nog niet afgelopen. Er volgde een voettocht van zo’n 150 kilometer naar Kaap de Goede Hoop. Slechts twee mannen overleefden dit avontuur: Lourens Thyszoon Veyselaar (1673-1695) en Daniël Silleman (1672->1719). Zij werden onderweg gevonden door de Khoikhoi (vroeger Hottentotten genoemd) die hen in veiligheid brachten en de autoriteiten op Kaap de Goede Hoop waarschuwden. Het schip de Dageraad werd uitgezonden om de waardevolle spullen – waaronder de geldkisten – van de Gouden Buys in veiligheid te brengen. Dat schip verging echter op de terugreis naar de Kaap in een storm, bij Robbeneiland. Acht geldkisten gingen daarbij alsnog verloren, maar Silleman en Veyselaar bleven in leven. Ze werden met de Merestein terug naar de Republiek der Verenigde Nederlanden gebracht. De schipper van de Merestein was de ontdekkingsreiziger Willem Hesselszoon de Vlamingh (1640->1698). De Vlamingh bracht bij zijn volgende reis naar de Oost een deel van de Australische Westkust in kaart. Zover zou het voor Veyselaar niet komen; hij overleed onderweg naar De Republiek, zodat uiteindelijk alleen Silleman het avontuur met de Gouden Buys kon navertellen. 

Als dank ontvingen Silleman en (de vader van) Veyselaar in 1695 deze penning. In Teylers Museum ligt de penning van Silleman. Het stuk van Veyselaar kwam uiteindelijk in het Rijksmuseum te Amsterdam terecht. De omschriften zijn gemaakt door de Amsterdamse juwelier en dichter Dirk Schelte (1639-1715). Wie de gravering verzorgde is onbekend.

De zilveren penning toont op de voorzijde de Gouden Buys, voor anker liggend in de Sint Helenabaai. De overlevenden varen met de sloep naar land. In het echt is dit er iets minder prozaïsch aan toegegaan, want het schip was met zo’n kleine bemanning waarschijnlijk vrijwel onbestuurbaar en zal bewust op het strand zijn gezet. In ieder geval was het dermate beschadigd dat het moest worden opgegeven. Op de keerzijde is Veyselaar in het gezelschap van drie Khoikhoi afgebeeld tussen wilde dieren. De omschriften verklaren de gebeurtenissen:

HELEENS-BAY BERGD DE GOUDE-BUYS

TWYL GOD HEM SPAARD VOOR ’T WILD GESPUYS

TOT HY MET SES OM HULP GESONDEN

MET EEN DE CAAP EN T SCHIP MAAR VONDEN.

GEDACHTENIS VAN T RAMPGEVAAR

VAN LOURENS TYSSE VEYSELAAR

DAAR HY EN SILLMAN T LEEVEN HIELEN.

VAN TWEEMAAL HONDERD MIN TIEN ZIELEN.

Silleman begon zijn VOC-carrière op de Gouden Buys, als ‘watermaker’; hij moest vers drinkwater destilleren. In 1701 huwde hij te Amsterdam met Machtelt van Moerkerken, maar dat weerhield hem er niet van om te blijven varen op de retourschepen van de VOC. In 1702 was hij derdewaak (derde stuurman) op Huis te Loo, in 1707 onderstuurman en in 1715 opperstuurman op de Haringtuin en in 1719 werd hij schipper op de Rijssel nadat schipper Cornelis de Lange tijdens de reis was overleden. Daarna verdwijnt Silleman uit de annalen. Ergens tussen 1719 en 1778 kwam de penning uiteindelijk in het bezit van Pieter Teyler terecht, mogelijk direct via de weduwe of de kinderen van Silleman.

Rampzalige reis van Lourens Thyszoon Veyselaer en Daniël Silleman met het schip De Gouden Buys. 1695, zilver, 73 mm (TMNK 01297)

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Geschreven op 21 april 2020.