Een schat uit Loenen

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Afgelopen week trof ik in het collectiebestand acht rekenpenningen aan die tegelijkertijd zijn verworven. Ze zijn op 13 mei 1890 door conservator Theodorus Roest voor het museum aangekocht voor een gulden per stuk. De naam van de verkoper is onbekend, bij de herkomst van de stukken stond vermeld ‘schatvondst Vijverbergse Bos (Loenen)’. In de numismatiek – het onderzoek naar munten en penningen – bestaat een schatvondst uit twee of meer bij elkaar gevonden voorwerpen. Doorgaans gaat het daarbij om betaalmiddelen, in dit geval zijn het echter rekenpenningen. Dit zijn muntachtige voorwerpen die op een telraam-achtige manier werden gebruikt als hulpmiddel bij het rekenen, bijvoorbeeld op een tafel waarop lijnen waren uitgezet die verschillende waardes vertegenwoordigden.

Om nu, ruim 130 jaar later, meer informatie te achterhalen rond de vondstomstandigheden is niet eenvoudig. De penningen zijn niet geregistreerd in het papieren vondstarchief van het voormalige Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet, anders zouden zij zijn opgenomen in NUMIS, het landelijke registratiesysteem voor muntvondsten. Daar is dus niet meer informatie te vinden. Bovendien is er niet eerder over deze vondst gepubliceerd, waarschijnlijk omdat penningen in tegenstelling tot munten niet interessant genoeg werden gevonden. Dat is jammer, want met een complete vondstbeschrijving hadden we meer te weten kunnen komen over het gebruik van dit soort penningen en hoe zij vanuit diverse productiecentra over de Lage Landen verspreid zijn geraakt. Ook op de door Roest geschreven fiches van de museumcollectie is niet meer informatie vermeld, waardoor de achtergrondinformatie bijzonder karig blijft.

Bij Loenen gaan de gedachten tegenwoordig al snel uit naar het plaatsje aan de Vecht, maar daar is geen Vijverbergse Bos te vinden. Dat is niet verwonderlijk, want in de afgelopen eeuw zijn veel oude toponiemen in de vergetelheid geraakt. Het bos kan zijn gekapt en bebouwd, maar het probleem zou ook de vermelding ‘Loenen’ kunnen zijn. In dit geval denk ik dat niet één, maar beide namen anders geïnterpreteerd moeten worden. Er bestaat namelijk ook een Loenen aan de rand van de Veluwe, iets ten zuiden van Apeldoorn. Aan dit plaatsje grenst een bosgebied met de Vrijenberg; het Vrijenbergse Bos genaamd. Een mooi wandelgebied met de hoogste waterval van Nederland (van een voor Nederlandse begrippen duizelingwekkende 15 meter hoogte). Zou de naam op enig moment in het verleden per abuis verkeerd zijn gelezen of geschreven? Ik vermoed het.

Dan de rekenpenningen zelf. Zij zijn geslagen in de periode 1521-1564 in Brugge en Antwerpen (de zes oudste stukken) en in Kampen en Dordrecht. Daarmee komen ze uit een interessante periode in de vaderlandse geschiedenis. Sommige tonen het portret van Karel V en zijn zoon Philips II. De Nederlanden bevonden zich in de opmaat naar de Tachtigjarige Oorlog; een tijd van vervolging van protestanten, het instellen van de inquisitie en – kort na 1564 – het sluiten van het Verbond der Edelen en de Beeldenstorm. Mogelijk zijn ze door één persoon gedurende zijn werkzame leven bijeen gebracht, of ze zijn op enig moment verworven van verschillende personen. Van andere vondsten is bekend dat de jongste exemplaren vaak minder gesleten zijn omdat zij nog maar kort in gebruik waren. Bij deze acht rekenpenningen gaat dit echter niet op. Het oudste stuk blijkt het gaafste te zijn, ondanks dat deze op het moment van verberging al zeker 40 jaar oud was. De slijtage helpt in dit geval dus niet mee met het nader bepalen van de datering van de schatvondst. Een van de stukken is doorboord, wat erop wijst dat deze niet als rekenpenning maar – bijvoorbeeld – als sieraad werd gebruikt. Zijn alle penningen in de laatste periode voordat ze in de bodem terecht kwamen voor andere doeleinden gebruikt, zoals fiches voor een spel?

Deze penningen bij elkaar vormen schijnbaar een samenraapseltje zonder logisch verband. Het ligt daardoor voor de hand dat de vondst oorspronkelijk aanzienlijk groter was. Zo maakten mogelijk ook rekenpenningen uit de Tachtigjarige Oorlog er onderdeel van uit. Die werden vanwege de historische onderwerpen veel verzameld. Zoals door Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778), wiens collectie de basis vormt voor de museumcollectie. Roest was op jacht naar ontbrekende stukken van zo goed mogelijke kwaliteit. Het waren op dat moment juist de rekenpenningen vóór het uitbreken van de opstand die aan de collectie ontbraken.

Al met al blijft het onbekend wie de penningen heeft gebruikt, of de vondst groter was dan acht stuks en of de rekenpenningen in 1564 of later in het bos terecht zijn gekomen.

1. Vlaanderen, Brugge, Rekenpenning voor de keizerlijke rekenkamer over de overwinningen van Karel V. 1521, koper, 28 mm (TMNK 04127). Op deze penning zeilt Karel V in volledige wapenuitrusting in een zeilwagen op een golvende vlakte of in het water. Op de afbeelding lijkt de zwaar geharnaste Karel met het wagentje te spelen. Zo bezien is het een klein wonder dat hij als winnaar uit de bus kwam. De achterliggende betekenis van de afbeelding is uiteraard anders: het gaat hem voor de wind.

2. Vlaanderen, Brugge, Rekenpenning, volgens Dugniolle over de reis van Frans I, koning van Frankrijk, naar Spanje. 1524, koper, 29 mm (TMNK 04130). Koning Frans I was in 1516 benoemd tot Ridder van de Orde van het Gulden Vlies. Op deze penning knielt hij voor het Gulden Vlies.

3. Vlaanderen, Brugge, Rekenpenning over keizer Karel V. 1531, koper, 30 mm (TMNK 04135). De omschriften op voor- en keerzijde luiden vertaald: Mijn hoop groeit en bloeit onder de krachtige zon. Het bestuderen van deze penning wordt bemoeilijkt door slijtage en de met onvaste hand gesneden belettering. Zo lijkt het woord ‘FLEVR’ op de keerzijde eerder op ILEVT. Kijk ook eens naar het jaartal, met een middeleeuwse 5 en een 3 die uit een 1 gevormd lijkt te zijn.

4. Brabant, Antwerpen, Rekenpenning over het verlangen naar vrede. Z.j. (1532), koper, 27 mm (TMNK 04137). Op de voorzijde knielt keizer Karel V voor Vredesgodin Pax.

5. Brabant, Antwerpen?, Rekenpenning voor de hofmaarschalk van de huishouding, over de wijsheid van keizer Karel V bij zijn buitenlands beleid. 1532, koper, 28 mm (TMNK 04138). De weegschaal en het omschrift verwijzen naar de evenwichtigheid van de besluitvorming van keizer Karel V.

6. Brabant, Antwerpen, Rekenpenning voor de schatkistbewaarders, met het borstbeeld van keizer Karel V. 1542, koper, 28 mm (TMNK 04157). De keerzijde toont de Zuilen van Hercules, overgang van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan, met het devies van Karel V: Plus ultra (verder). Hiermee wordt verwezen naar de toen nog niet zo lang geleden ontdekte wereld buiten Europa.

7. Kampen, Rekenpenning over het verbranden van Michiel Servetus (Miguel Serveto). 1553, koper, 28 mm (TMNK 04199). Deze zeldzame penning verwijst naar kortzichtig gedrag. Op de voorzijde trekt een man een splinter uit iemands oog terwijl hij er zelf een hele balk in heeft zitten. De omschriften laten niets aan onduidelijkheid over: O, schalk, trekt uit uwen balk en Wat baat een kaars of bril voor wie het toch niet wil zien.

8. Holland, Dordrecht, Rekenpenning over het ontzet van Oran na de belegering van de Turken door de troepen van Philips II. Z.j. (1564), koper, 29 mm (TMNK 04261). Deze penning toont nog trots de buste van koning Philips II als graaf van Holland. Enige jaren later zou de opstand tegen het Spaanse gezag uitbreken en in 1581 werd Philips afgezworen.

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 13 juli 2021.