Niet aan likken!

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Opengewerkte duit van de stad Utrecht. 1739-1758, verguld koper (TMNK 14745).

In de collectie van Teylers Museum bevinden zich zes duitjes uit het bezit van Louis Zocher. Hij heeft ze op zaterdag 28 april 1900 aan conservator Arie van Gemund gegeven als geschenk voor het Numismatisch Kabinet.

De bekende architect en tuinarchitect Louis Paul Zocher (1820-1915) trad in het voetspoor van zijn vader Jan David en opa Johan David, die hetzelfde beroep vervulden. Louis Zocher ontwierp onder andere het Frederikspark in Haarlem, de begraafplaats Westerveld in Driehuis, het Park in Rotterdam en het Vondelpark in Amsterdam. Minder bekend is dat hij in de periode 1872-1915 een van de directeuren van Teylers Stichting was.

Een duit is een klein koperen muntje dat een waarde had van een achtste stuiver. Duiten zijn in grote hoeveelheden geslagen, met name vanaf 1573 tot het einde van de achttiende eeuw. Ze hadden een diameter van zo’n 22 mm. Met de geschonken duiten is iets bijzonders aan de hand. De minuscule afbeeldingen en letters blijken te zijn uitgezaagd waarbij de muntvorm is behouden. Vervolgens zijn de muntjes verguld. De reden voor dit handwerk is onbekend, mogelijk voor de aardigheid of om ze ten geschenke te kunnen geven.

Opengewerkte duit van de provincie Holland. 1702-1780, verguld koper (TMNK 14746).

Alle duiten zijn achttiende-eeuws. Helaas tonen slechts twee van de zes stukken een leesbaar jaartal: 1766 en 1777. Als ervan wordt uitgegaan dat ze allemaal door dezelfde persoon zijn gemaakt, dan is dat waarschijnlijk in of na 1777 geweest. ‘Na’ is hierbij een rekbaar begrip, want de duiten kwamen ook in de eerste decennia van de negentiende eeuw nog in het betalingsverkeer voor. Bovendien kunnen ze daarna nog lange tijd zijn bewaard voordat ze kort voor het schenkingsmoment in 1900 onder handen werden genomen.

Gezien het verfijnde zaagwerk zou een goud- of zilversmid (of diens leerling) er de hand in gehad kunnen hebben. Omdat de Zochers tuinarchitecten waren, heeft Louis de bewuste munten waarschijnlijk eerder van iemand buiten de familie gekregen dan dat ze door een familielid zijn gemaakt. Dat geeft dus weinig houvast voor een nadere datering.

Opengewerkte duit van de provincie Gelderland. 1758-1794, verguld koper (TMNK 14747).

Vanuit onverwachte hoek blijkt er een preciezere einddatering mogelijk te zijn. Tijdens een gehalteonderzoek is namelijk niet alleen gebleken dat het om vergulde koperstukken ging, maar ook dat ze aan het oppervlak een griezelig hoog kwikgehalte hebben, variërend van  9,35% tot 13,32%. De aanwezigheid van het kwik verraadt dat deze munten zijn voorzien van een vuurverguldsel. Hierbij werd goud opgelost in kwik, waarna het kwik met een kwastje op de voorwerpen werd aangebracht. Vervolgens werden ze verhit tot het kwik verdampte en het goud achterbleef. Vanwege de vrijkomende zwaar giftige kwikdampen werd deze manier van vergulden rond 1830 verboden. Hiermee kan de productieperiode van deze stukjes huisvlijt worden ingeperkt van 1777 tot circa 1830.

Wat de muntjes zelf betreft; in het museum hebben we de gewoonte om voorwerpen met handschoenen aan te pakken. Mocht u thuis vuurvergulde voorwerpen hebben dan is het raadzaam om hetzelfde te doen, al blijft het uiteraard beter om het kwetsbare verguldsel helemaal niet aan te raken. In het museum zeggen we bij de hantering van dit soort voorwerpen soms kort door de bocht dat het geen kwaad kan zolang je er maar niet aan likt, oftewel: wees je er altijd van bewust van wat je in je handen hebt en hoe je ermee omgaat.

Opengewerkte duit van de provincie Groningen en Ommelanden. 1770-1772, verguld koper (TMNK 14748).

Opengewerkte duit van de provincie Overijssel. 1766, verguld koper (TMNK 14749).

Opengewerkte duit van de provincie Zeeland. 1777, verguld koper (TMNK 14750).

Anoniem, Tuinarchitect Louis Paul Zocher (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 26 juli 2021.