Nieuw jaar, nieuwe datering, nieuwe vondst

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Als de coronacrisis even buiten beschouwing wordt gelaten, gaat het nieuwe jaar voor de numismatische collectie goed van start. Eind december verscheen namelijk het Jaarboek voor Munt- en Penningkunde 2020, met daarin – naast een artikel over Arie van Gemund, van 1898-1904 conservator van het Numismatisch Kabinet van Teylers Museum – een artikel van Jos Benders met als titel: ‘De munten van Willem van Gulik en Gelre uit het Overkwartier (1372-1393)’. Op basis van dat tweede artikel kon een aantal munten in de museumcollectie van een betere toeschrijving en datering worden voorzien. Dat was nog niet alles, want in aansluiting daarop konden diverse munten aan een oude schatvondst worden toegeschreven.

De basis van de collectie Gelderse munten in Teylers Museum is gelegd door Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778). Deze uiterst bescheiden verzameling is in 1898 in één klap een collectie van wereldformaat geworden toen Theodorus Marinus Roest (1832-1898) – eerste conservator van het Numismatisch Kabinet – zijn munten aan Teylers Stichting legateerde. Over Roest verscheen overigens in 2018 een uitgebreide publicatie. Roest, die zijn munten met een schier oneindige beurs bijeenbracht, had een goed oog voor afwijkingen en kwaliteit.

Roest woonde in Leiden, aan het statige Rapenburg, in het huis waar Herman Boerhaave (1668-1738) de laatste acht jaar van zijn leven had gewoond. Op 23 november 1863 was de toen 31-jarige Roest afgereisd naar Amsterdam, waar hij was te vinden bij veilinghuis Bom. Hij kocht er minimaal 51 munten uit de collectie van de eerder dat jaar overleden Nijmeegse verzamelaar Adam Jean Bernard de Roye van Wichen (1790-1863). Voor deze munten legde Roest het vorstelijke bedrag van f 145,31 neer. Vier van deze munten, zijn dankzij het zojuist verschenen artikel samen met veertien andere munten uit Roests collectie nader beschreven, preciezer gedateerd en van een andere muntheer voorzien; hertog Willem II van Gulik (1361-1393) en (als Willem I) van Gelre (1374-1393). De munten zijn geslagen voor het zogenoemde Gelderse Overkwartier, het zuidelijke deel van het hertogdom, dat zich in die dagen verder naar het oosten uitstrekte dan de huidige provincie Gelderland doet vermoeden.

Het jaarboekartikel leverde nog een onverwachte vondst op. Het bleek namelijk dat De Roye van Wichen in 1847 een kleine publicatie had gewijd aan enige zeldzaamheden in zijn collectie, waaronder munten uit een schatvondst. Hij schreef: ‘In den aanvang des vorigen jaars, werd in de nabijheid van Kleef eene groote menigte zilveren middeleeuwsche munten, door opgraving, gevonden. Niettegenstaande reeds een gedeelte derzelve versmolten was, voordat wij van dien vond onderrigt werden, gelukte het ons echter nog in tijds, een vrij aanzienlijk getal dier munten door aankoop, voor verdere vernietiging te vrijwaren’. De publicatie is voorzien van enige afbeeldingen en het blijkt dat maar liefst zeven – en misschien acht – van de 27 tekeningen overeenkomen met munten in de collectie van Teylers Museum. Het is onbekend hoe groot de schatvondst Kleef 1846 oorspronkelijk was. In 1848 zijn de 457 bekende munten beschreven door Ad Justen, in de Revue de la Numismatique Belge. De schat is in of na 1391 verborgen. In ieder geval hebben hoogstwaarschijnlijk de volgende munten in de collectie van Teylers Museum tot de vondst behoord:

Gelre, groot leliaart uit Venlo (TMNK 06158)

Gelre, peter uit Venlo (TMNK 06154)

Gelre, peter uit Erkelens (TMNK 06150)

Gelre, groot (TMNK 06116, toeschrijving onzeker)

Gelre, halve groot, Arnhem (TMNK 06136)

Gelre, fleurke (TMNK 06141)

Gelre, sterling (TMNK 07544)

Gelre, sterling (TMNK 07545)

De toewijzing van TMNK 06116 aan de schatvondst is onzeker. Naast grote overeenkomsten zijn er met name op de keerzijde ook wat verschillen. Zo lijkt de munt op de tekening aan de rechterzijde aan de buitenkant van de tekst groter te zijn en is het Latijnse woord NOMHIE (nomine) op de tekening als NOMIHE gespeld. Daar tekeningen soms kleine onnauwkeurigheden bevatten, zou het misschien toch om dezelfde munt kunnen gaan.

Daarmee resteert enkel het ‘nieuw jaar’ uit de titel van deze blog: ik wens alle lezers een gelukkig en bovenal gezond 2021!

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 12 januari 2021.