Ontmaskerd!

Blog door conservator Jan Pelsdonk

De titel van dit stuk heeft niets van doen met het coronavirus en de actuele discussie over het nut of de onzin van het gebruik van mondkapjes in het openbaar vervoer. Het gaat over een andere wereldwijde ziekte: geldzucht. Deze wortel van alle kwaad kwam aan het licht bij het zoeken naar de achtergronden van een penning uit het eerste kwart van de achttiende eeuw. In die tijd voeren schepen uit de Republiek der Verenigde Nederlanden de hele wereld over. Naast diverse Europese landen werden de Nieuwe Wereld, Groenland, de Levant en Oost-Indië aangedaan. Ook de Oostzeehandel was van betekenis en wat de handel met het noorden betreft bleef deze niet beperkt tot de Oostzee. De handelsschepen voeren in de zomermaanden tevens om Noorwegen heen, tot aan Archangelsk aan toe.

In 1721 zonk een van de schepen die Noorwegen aandeed, en daar is de bij deze tekst afgebeelde penning over gemaakt. Het stuk is in 1724 in Amsterdam door een anonieme kunstenaar gemaakt. De gouden penning toont een zinkend schip. Wie de teksten op de penning leest, zal al snel merken dat er hier meer aan de hand is. Er staat namelijk: ‘DIE ’T SCHELMSTUK HAAT BESCHOUT DEES PLAAT’ en ‘TER ONTDEKKING VAN ’T SCHELM STUK VAN ’T GESONKE SCHIP T GROENE BOSCH SCHIPPER CHRISTOFFEL GUDING VAN DRONTHEIM INT IAAR 1721’. Volgens de tekst had Christoffel Guding, schipper van ’t Groene Bosch, blijkbaar iets op zijn kerfstok. Wat zich precies afspeelde geeft de penning niet prijs.

Kranten uit die tijd geven gelukkig meer informatie. ’t Groene Bosch was een in de Republiek gemaakte buis van ruim 20 meter lang. De eigenaar was Christoffel Guding, een schipper uit Noorwegen. Het schip was in Drontheim (Trondheim) geladen met vis, traan, koper en huiden, voor een totaal van 32 last (een oude inhoudsmaat). De lading bleek in Amsterdam verzekerd te zijn voor 80 last, voor een bedrag van f 93.000. Op 5 juni 1721 begon het schip aan de reis naar Amsterdam. Veertien dagen later verging het schip bij goed weer in een Noorse fjord.

De schipper probeerde vervolgens het verzekeringsgeld te innen. Dat bleek echter minder simpel dan gedacht, want toen het nieuws in Trondheim bekend werd begonnen er al snel geruchten over bedrog te circuleren. Een aantal kooplieden nam contact op met het stadsbestuur van Trondheim waarna de verzekeringsmaatschappij in Amsterdam werd gewaarschuwd. Dit zou uiteindelijk leiden tot een rechtszaak. Daar kwam de onderste steen boven en de schipper werd ontmaskerd als bedrieger, die de hele schipbreuk in scene had gezet. Bovendien bleek dat hij, terwijl het schip in Trondheim – vlak bij het eilandje Munkholmen – voor anker lag, op een nacht het koper van boord had gehaald en dat te hebben vervangen door stenen. De tonnen met traan werden door teer vervangen en de vis was van slechte kwaliteit. Op 18 mei 1724 besloot de rechter dat de verzekeraar niet hoefde uit te keren. 

De penning is geslagen naar aanleiding van het proces en zal ongetwijfeld zijn gebruikt als bedankje aan de personen die de verzekeraar hebben gewaarschuwd. En daar bleef het niet bij. De stad Trondheim ontving in 1727 een klok voor de Nidaroskathedraal, met een uitgebreide tekst waaronder ‘Ik waarschau elk door mijn gebrom, Maak nooit het Recht door geldzucht krom’. De klok werd later twee keer omgegoten waardoor de teksten verloren zijn gegaan, maar het klokkenbrons maakt nog steeds onderdeel uit van het klokkenspel. 

Dat de bij deze tekst getoonde gouden penning niet is omgesmolten is op zich een klein wonder omdat veel gouden penningen in de loop van de eeuwen vanwege de metaalwaarde (hier komt de geldzucht weer om de hoek kijken) de weg naar de smeltkroes hebben gevonden. Bovendien is het maar de vraag hoe dit kleine penninkje (van slechts 7 gram, ongeveer twee gouden dukaten) met voor de Noren onleesbare Nederlandse teksten in Trondheim is ontvangen. Het is onbekend wat er na de productie met de hier afgebeelde penning is gebeurd. Op een gegeven moment kwam deze in het bezit van de verzamelaar Otto Boudewijn ’t Hooft van Benthuyzen (1802-1878). Bij de veiling van diens collectie in 1879 te Dordrecht is de penning voor het museum aangekocht, om pas nu ontmaskerd te worden.

Anoniem, Moedwillig verzeilen en laten zinken van het schip ’t Groene Bosch’. Goud, 22 mm (TMNK 01713)

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 13 mei 2020.