Op een goudschaaltje gewogen

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Muntgewichtdoosjes zijn eeuwenlang gebruikt om gewichten en een balans in op te bergen. De gewichten werden gebruikt om munten – met name gouden exemplaren – op hun massa te kunnen controleren. In een tijd dat munten niet helemaal rond waren en niet van een randschrift of -versiering werden voorzien, was het voor sommige mensen heel verleidelijk om een klein stukje edelmetaal van de rand af te vijlen en ze dan als volwaardige munt weer uit te geven. Muntgewichten waren dus een controlemiddel.

Rembrandt van Rijn, Parabel van de rijke dwaas. Detail, 1627, olieverf op doek, 32 x 43 cm (collectie: Gemäldegalerie Berlijn inv. 828D) Op tafel ligt een muntgewichtdoos en de man bestudeert een munt bij het licht van een kaars

Gelderland, gouden dukaat geslagen te Harderwijk. 1646, goud (TMNK 06985). Wie zou het merken als de braam aan de rand van deze munt verdwijnt?

In 1992 is er vanuit het Fysisch Kabinet een muntgewichtdoosje overgebracht naar het Numismatisch Kabinet. Het doosje was kort daarvoor geschonken. De schenkster gaf aan dat het doosje gebruikt zou zijn ‘om goud te wegen’ door haar overgrootvader, Jan Hendrik Vlerck (1793-1847). Recent onderzoek door de familie heeft echter uitgewezen dat hij scheepstimmerman was. Bij dit eerbare beroep is het wegen van goud geen alledaagse bezigheid. Bovendien heeft een nadere bestudering van de muntgewichten uitgewezen dat ze zijn gemaakt in de periode 1612-circa 1813. De muntgewichten in het doosje zijn duidelijk een samenraapseltje. Slechts twee exemplaren zijn van een makersmerk voorzien: een uit de zeventiende en een uit de achttiende eeuw. Het eenvoudig uitgevoerde doosje, de balans en drie aasgewichten zijn ongemerkt. Het houten doosje is te dateren in de tweede helft van de achttiende eeuw, waarbij in of na 1813 het jongste muntgewicht is toegevoegd. Het  begin van de negentiende eeuw is ook de tijd dat het gebruik van muntgewichtdoosjes naar de achtergrond verdwijnt. Met andere woorden: deze dateringen sluiten niet goed aan bij de genoemde Jan Vlerck. Het familieonderzoek heeft uitgewezen dat zijn moeder – Sara Hoogkerk (1757-na 1828) – enige tijd een pandjeshuis in Amsterdam had. Zekerheid is niet meer te krijgen, maar qua tijd en werkzaamheden is het zeer plausibel dat niet Jan maar Sara de laatste gebruiker van het doosje is geweest.


Muntgewichtdoos met zes messing muntgewichten, drie azen en een (ongemerkte) balans. Circa 1750-1800, hout en ijzer, circa 150 x 60 mm (TMNK 14304)

Muntgewicht voor de louis aux 8 L et soleil uit Frankrijk. 1709-1715, messing, 8,1514 gram (TMNK 12830)

Muntgewicht voor de ryal of rozenobel uit Engeland en de Verenigde Nederlanden, uit de periode 1579-1603. (16)64, messing, 5,9457 gram (TMNK 12831). De keerzijde toont een hand (voor Antwerpen) en gekroonde hamer tussen de initialen P - H, van balansmaker Peeter Herck II, actief 1619-1667.

Muntgewicht voor de guinea uit Engeland. 1670-1813, messing, 8,4509 gram (TMNK 12832)

Muntgewicht voor de albertijn uit de Zuidelijke Nederlanden uit de periode 1599-1605. 1612, messing, 5,1545 gram (TMNK 12833)

Muntgewicht voor de escudo uit Spanje, geslagen in de periode 1566-1821. 18de eeuw, messing, 6,8207 gram (TMNK 12834)

Muntgewicht voor de hongaarse dukaat, geslagen in de periode 1354-1848. 1730-1751, messing, 3,5158 gram (TMNK 12835). De voorzijde toont een staande, gekroonde vorst tussen H(ongaarse) - D(ukaat), de keerzijde toont een hand (voor Antwerpen) tussen de initialen I - W van balansmaker Jean François Wolschot, actief 1730-1751. Onder de hand zou een F (van François) moeten staan, maar die is niet leesbaar. Op de hand is een ster ingestempeld, een teken dat het muntgewicht op enig moment in de tijd door Wolschot is gecontroleerd op de juiste massa.

Gelre, rozenobel op naam van koning Philips II. 1579, goud, 7,6117 gram (TMNK 06779).

Het muntgewicht voor de rozenobel blijkt bijna een kwart te licht te zijn. De oorspronkelijke massa van de muntsoort was 7,69 gram. Zou het muntgewicht bewust zijn aangepast om het voor andere voorwerpen te kunnen gebruiken? De massa benadert nu dat van de soeverein, een gouden munt die in de periode 1621-1751 in de Zuidelijke Nederlanden werd geslagen en 5,54 gram woog.

Al met al wisselen in deze blog de antwoorden en vragen elkaar dus af. Tegelijkertijd is een klein inkijkje gegeven in hoe onze voorouders met munten omgingen.

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 31 mei 2021.