Op het strand

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Het hoogtepunt van de zomer lijkt voorbij, maar omdat veel Nederlanders zich nog in een zonnige stemming bevinden toon ik in deze blog drie zomerse penningen en een exotisch betaalmiddel uit de collectie van Teylers Museum.

Twee van de penningen zijn gemaakt door de vorig jaar overleden penningmaker Guus Hellegers (1937-2019). De eerste penning, Naaktstrand, is in 1976 uitgegeven in opdracht van de Vereniging voor Penningkunst. Het tweede stuk, Gone with the wind, komt uit de collectie moderne penningkunst die de verzamelaar Hans de Koning (1929) in 2014 aan Teylers Museum schonk. De derde penning, Zomer, maakte Ruth Brouwer (1930) in 1969 voor de Vereniging voor Penningkunst. Ook dit stuk wordt al vele jaren gekoesterd in het museum.

 

Guus Hellegers, Naaktstrand. 1976, brons, 70 mm (TMNK 04062)

Guus Hellegers, Gone with the wind. 1981, brons, 53 x 53 mm (TMNK 13157)

Ruth Brouwer, Zomer. 1969, brons, 61 x 64 mm (TMNK 04050)

Het exotisch betaalmiddel is van een hele andere orde van grootte. Bovendien is het maar de vraag in welk jaargetijde deze op het strand van Westkapelle is gevonden (door voormalig conservator paleontologie-mineralogie Bert Sliggers). Het kan evengoed een willekeurige dag na een najaarsstorm geweest zijn. Het is een kaurischelp (Cypraea moneta), een schelpensoort die normaliter niet voor de Nederlandse kust voorkomt. Hier is dan ook iets heel anders aan de hand.

Deze kaurischelp heeft een hele reis gemaakt. In opdracht van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) werden dit soort schelpen bij de Malediven opgedoken om naar de Republiek der Verenigde Nederlanden te worden vervoerd. Daar werden ze vervolgens verkocht aan de West-Indische Compagnie (WIC) die ze naar Afrika verscheepte waar ze als betaalmiddel werden gebruikt. De WIC had hier geen prettige plannen mee, want ze werden gebruikt om er slaven mee te kopen. Een slaaf kostte zo’n 25.000 kauri. Zo ver is het in dit geval niet gekomen. Dit schelpje komt uit het VOC-schip Reigersbroek, dat 1738 bij de thuisvaart is vergaan in de scheldemonding. Het verhaal gaat dat de lokale bewoners wel vaker dit soort schelpen vonden en ze onder andere gebruikten als fiches bij spelletjes. Een heel stuk rustgevender dan het oorspronkelijke doel van deze schelpen.

Kaurischelp afkomstig uit het in 1738 vergane VOC-schip Reigersbroek. 1738, kalk, 18 x 14 mm (TMNK 12824) 

Deze kaurischelp ligt sinds medio 2017 in een van de vitrines in het Numismatisch Kabinet, die is samengesteld naar aanleiding van de publicatie De canon van ons geld (Bussum 2017). Aanleiding voor het boek was het 125-jarig bestaan van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde. De publicatie licht aan de hand van 50 vensters de geschiedenis van het geld toe en verbindt deze met diverse belangrijke vaderlandse gebeurtenissen uit de Canon van Nederland. Ook deze kaurischelp is erin afgebeeld, naast vele andere voorwerpen uit Teylers Museum. Zij zijn eveneens in dezelfde vitrine te bewonderen. Kom vooral eens een kijkje nemen!

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 25 augustus 2020.