Pieter Teyler en de Oostzeehandel

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Er wordt wel gedacht dat de numismatische collectie van Teylers Museum alleen maar penningen bevat, maar dat is allerminst waar. Bij de circa 17.000 voorwerpen is de verhouding tussen de munten en penningen ongeveer gelijk. Bovendien zijn lang niet alle daarin voorkomende munten ‘recente’ aanwinsten vanaf het einde van de negentiende eeuw.

Gaandeweg komt aan het licht dat Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778) niet alleen penningen maar ook munten verzamelde. Eerder is er in een blog bijvoorbeeld aandacht besteed aan Pieter Teylers Romeinse munten. De onderste steen is nog niet boven, maar ik heb het sterke vermoeden dat hij ook een collectie eigentijdse buitenlandse munten bezat.

Daartussen bevinden zich bijzondere exemplaren. In de eerste collectiecatalogus van het Numismatisch Kabinet, in 1892 door conservator Theodorus Roest geschreven, worden tien munten uit het koninkrijk Denemarken-Noorwegen beschreven. Ze dateren uit de periode 1608-1703. Het gaat om:

Christiaan IV (1588-1648), kwart speciedaler uit Christiania. 1630, zilver, 27 mm (TMNK 08926)

Christiaan IV (1588-1648)¸ kwart speciedaler uit Christiania. 1634, zilver, 28 mm (TMNK 08927)

Christiaan IV (1588-1648), acht skilling uit Kopenhagen. 1608, zilver, 24 mm, doorboord (TMNK 08925)

Frederik III (1648-1670), Dubbele speciedaler uit Christiania. 1667, zilver, 44 mm (TMNK 08929)

Frederik III (1648-1670), twee krone uit Kopenhagen. 1659, zilver, 42 mm (TMNK 00655)

Frederik III (1648-1670), halve speciedaler uit Christiania. 1649, zilver, 36 mm (TMNK 08928)

Christiaan V (1670-1699), speciedaler uit Kongsberg. 1693, zilver, 40 mm (TMNK 08930)

Christiaan V (1670-1699), halve skilling uit Glückstadt. 1693, koper, 18 mm (TMNK 08931)

Frederik IV (1699-1730), acht skilling uit Glückstadt. 1702, zilver, 21 mm (TMNK 08932)

Frederik IV (1699-1730), dubbele skilling uit Kongsberg. 1703, zilver, 17 mm (TMNK 08933)

Aan de hand van oude munten is veel te vertellen over de wereldgeschiedenis. Dat sluit goed aan bij wat Pieter Teyler verzamelde: zilveren getuigenissen van de geschiedenis. In dat licht zijn ook deze tien munten te zien. De handelscontacten met de landen rond de Oostzee – de moedernegotie – waren van groot belang voor de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Sont vormde daarbij een cruciale verbindingsroute over zee. Deze zeestraat werd beheerst door Denemarken en bij slot Kronborg was een tol ingericht. Zou Pieter Teyler deze munten van een van zijn handelscontacten hebben gekregen?

Eeuwenlang maakte Noorwegen deel uit van het Deense koninkrijk. Vandaar dat er ook munten met het portret van de Deense koning in Oslo en het nabijgelegen Kongsberg zijn geslagen. Oslo werd in de periode 1624-1878 Christiania genoemd, naar de Deense koning Christiaan IV die de stad na een verwoestende brand weer liet opbouwen. Dezelfde koning heeft ook Glückstadt gesticht (aan de Elbe, tegenwoordig in Duitsland), waar ook een van de munten is geslagen.

Een deel van deze munten, zoals de dubbele, enkele en halve speciedaler, zijn tegenwoordig zeldzaam. De munt van twee krone uit 1659 herinnert aan de Deens-Zweedse oorlog. Een goddelijke hand met het zwaard der gerechtigheid belet dat een tweede hand – van de Zweedse koning – de Deense kroon grijpt. In 1658 trok koning Karel X Gustaaf van Zweden met een leger over de dichtgevroren Grote en Kleine Belt; een ongeëvenaard huzarenstuk. Hij poogde om Denemarken en de lucratieve Sonttol in handen te krijgen. Dat plan mislukte mede door het  ingrijpen van de oorlogsvloten van Van Wassenaer van Obdam en De Ruyter, die de Denen te hulp schoten (om de handelsbelangen van de Republiek der Verenigde Nederlanden te beschermen). Wel kreeg Zweden de zuidelijke kuststreken van het huidige Zweden in bezit.

Als afsluiter een penning uit de privécollectie van Pieter Teyler over het met geweld openen van de Sont. De voorzijde toont oorlogsschepen in actie op de Sont, met slot Kronborg op de achtergrond. De keerzijde heeft een mooi gedicht over de gebeurtenissen. De naam van de dichter is onbekend. Het is goed mogelijk dat het Joost van den Vondel was, van wie bekend is dat hij vaker een gedicht voor een penning door Jurriaan Pool schreef.

Zoo orlooght de baron,
Die d’ Zweden overwon,
En opende den mont
Der toegeslote Sont,
Niet zonder lijfgevaer;
Een eervoor Wassenaar,
En ’t vrye Nederlant.
Zoo houdt de vryheit stant

MDCLVIII.

 Jurriaan Pool, Opening van de Sont door Van Wassenaar van Obdam. 1658, zilver, 46 mm (TMNK 00651)

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 11 augustus 2021.