Podcastblog numismatiek

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Onlangs hebben Dide Vonk en Diederik Jekel een podcast over de numismatische collectie van Teylers Museum opgenomen. Tijdens het gesprek komen ook Marjan Scharloo, Wim de Jong en Frank Rijkes aan het woord, naast mijzelf. Het verhaal heeft een lengte van 45 minuten en neemt de luisteraars mee in de wereld van de numismatiek. Wat daarbij – uiteraard – ontbreekt zijn de afbeeldingen van de voorwerpen waarover wordt gesproken. In deze blog zijn de plaatjes bij elkaar gezet met wat extra informatie, voor wie deze blog leest en tegelijkertijd naar de podcast wil luisteren.

Anoniem, Duitsland, Penning over het verschijnen van een komeet. 1618, zilver, 30 x 30 mm (TMNK 00379).

In het jaar 1618 werden drie kometen waargenomen, twee kleine en een grote. De grote, die in november verscheen, was de eerste die met telescopen werd bestudeerd. De Duitse astronoom Johannes Kepler (1571-1630), de Deen Christen Sørensen (alias Longomontanus, 1562-1647), de Nederlander Willebrord Snel van Royen (alias Snellius, 1580-1626) en de Fransman Pierre Gassendi (1592-1655) hebben de verschijning van deze komeet nauwkeurig bestudeerd en opgetekend. De penningkundige Gerard van Loon (1683-1758) bracht de verschijning van deze komeet in verband met de politieke en godsdienstige twisten uit die tijd, in het bijzonder de gevangenneming door Prins Maurits van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt. Hij schrijft daarover: als in’t midden dier onstuymigheden zich eene schrikkelijke staartstar aan den Hemel vertoonde [... die] door de verslaage gemeente, als een gewis voorteken van ’s Hemels gramschap beschouwd wierd.

Goudgulden uit Orange op naam van prins Raymond V (1340-1393). 1340, goud, 20 mm (TMNK 11807). Een exemplaar uit Florence is te zien in de permanente opstelling in het Numismatisch Kabinet.

Alhoewel goudguldens in Italië al in het midden van de dertiende eeuw werden geslagen, duurde het nog enige decennia voordat deze waardevolle munten ook in de Nederlanden werden gebruikt en lokale muntheren ze begonnen na te volgen. De afgebeelde munt is een kopie uit Orange. De naam van het Florentijnse voorbeeld, fiorino, is afgeleid van de bloem op de voorzijde. Van deze naam is vervolgens het guldenteken  f  afgeleid, dat tot de komst van de euro in 2002 in Nederland is gebruikt.

Triquetrum-stater (regenboogschoteltje) van de Bataven. -50/-15, zilver, 18 mm (TMNK 11481). Deze munt is te zien in de permanente opstelling in het Numismatisch Kabinet.

In de eerste eeuw voor onze jaartelling veroverde een leger onder leiding van Julius Caesar het Zuiden van Nederland tot aan de Rijn. Vervolgens probeerden de Romeinen het veroverde land te laten beheren door bondgenoten. Zo kregen de Bataven een woongebied in de Betuwe aangewezen. Voor zover bekend zijn de eerste munten van Nederlandse bodem – staters – door hen gemaakt. Afgebeeld zijn een hals- of armband (torque) en een driebeen (triquetrum). De bijnaam regenboogschoteltje verwijst naar het komvormige muntplaatje en een mythisch verhaal; ze zouden zijn te vinden waar de regenboog de grond raakt. Deze munt is in 1994 gevonden in Heerewaarden, een plek in de Betuwe waar de Maas en Waal elkaar bijna raken.

Derde stater uit Sardes in Lydië (tegenwoordig Sart, West-Turkije). Circa -650/-610, elektrum, 13 mm (TMNK 11803). Deze munt is te zien in de permanente opstelling in het Numismatisch Kabinet.

Dit is een van de oudste munten ter wereld. De munt is gemaakt van een natuurlijke legering van goud en zilver, elektrum. Dit metaal werd gewonnen uit de rivier Pactolos. De leeuwenkop op de voorzijde is het zegel van de koning, die de waarde van de munt verzekert. Het principe van plaatjes metaal met een stempel wordt nog steeds toegepast, al vertegenwoordigt het metaal in de tegenwoordige euromunten uiteraard maar een fractie van de waarde die erop staat.

Tetsuji Seta, penning In my garden. I received e-mail from Teylers Museum, I found the goldfish in the garden dead. 2011 beryllium en koper, 85 x 95 x 32 mm (TMNK 12796)

De Japanse kunstenaar Tetsuji Seta maakt – als een dagboek – vrijwel iedere dag een penning waarop hij gebeurtenissen elders in de wereld combineert met kleine gebeurtenissen in zijn directe leefomgeving. Zo ontving hij in 2011 op de dag dat hij een van zijn goudvissen dood in de vijver aantrof, een e-mail vanuit Teylers Museum met de mededeling dat hij niet de winnaar was van de eerste Jaap van der Veen/Teylers Museum Prize for the Contemporary Art Medal (winnaar Otakar Dušek). Later, in 2017, zou Seta de tweede winnaar van deze prijs zijn. De hier afgebeelde penning ligt niet in de vaste opstelling, wel een zilveren penning uit 2017: Seasons in my garden – winter (Bletilla striata).

Erik Lindberg, Nobelprijs voor de Natuurkunde op naam van professor Hendrik Antoon Lorentz. 1902 (2017), verguld zilver, 66 mm (TMNK 17422). Deze penning is te zien in de permanente opstelling in het Numismatisch Kabinet.

In 1902 ontvingen Hendrik Antoon Lorentz en Pieter Zeeman de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor hun baanbrekende onderzoek naar magnetisme en stralingsverschijnselen. Hun werk vormt de basis waarop elektromotoren en -generatoren werken. Dit was de tweede keer dat voor de natuurkunde een Nobelprijs werd uitgereikt. De eerste ging in 1901 naar Wilhelm Conrad Röntgen voor het ontdekken van de röntgenstralen. De penning van Lorentz is in de tweede helft van de vorige eeuw verdwenen uit een kluis bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Waarschijnlijk is de gouden penning omgesmolten. Het exemplaar in Teylers Museum is een officiële kopie, met de originele stempels geslagen met toestemming van het Zweedse Nobelprijscomité en voorzien van Lorentz’ naam.

Otakar Dušek, Slag bij Koersk in 1943. 2008, zilver (TMNK 11209). Deze penning is te zien in de permanente opstelling in het Numismatisch Kabinet.

Bij de Tsjechische kunstenaar Otakar Dušek is het concept een belangrijk onderdeel van de penning. Achter penning, verpakking en vorm gaan betekenissen schuil die allemaal onderdeel uitmaken van het kunstwerk. In dit geval is het onderwerp de tankslag om Koersk, tussen Rusland en Duitsland in 1943. De slag kostte aan honderdduizenden militairen het leven. Dušek maakte deze penning op een aparte manier. In plaats van de veelgebruikte productietechnieken slaan en gieten, heeft hij deze penning gemaakt door een tank over een plak zilver te laten rijden. De verpakking bestaat uit een houten kistje zoals dat indertijd ook door Duitse soldaten werd gebruikt. De tekst <ZITADELLE> op de deksel verwijst naar de Duitse naam voor de operatie. 

Pieter Starreveld, Inval, Bezetting en Bevrijding. 1941/1942 (1945), brons, 60 mm (TMNK 15760, TMNK 15761 en TMNK 15762). De penning over de bezetting is te zien in de permanente opstelling in het Numismatisch Kabinet.

Terwijl de Tweede Wereldoorlog in alle hevigheid woedde, maakte Pieter Starreveld in het geheim een kleine serie penningen over de Duitse inval, de bezetting en de (op dat moment nog in de toekomst liggende) bevrijding. Uiteindelijk zijn er drie penningen gefabriceerd, in Teylers Museum bevinden zich tevens ontwerpschetsen voor enige niet uitgevoerde penningen uit deze serie, zoals de Dood als enige overwinnaar.

Mari Andriessen, Zelfportret (TMNK 14329 en Portret van zijn vrouw Nettie (TMNK 14330). 1921, brons, 102 en 99 mm, enkelzijdig.

Jan Wolkers, Familie van de kunstenaar. (TMNK 15264), enkelzijdig. Deze penning is te zien in de permanente opstelling in het Numismatisch Kabinet.

Leone Leoni, Kunstenaar en uitvinder Michelangelo Buonarroti. 1560, brons (TMNK 00068). Deze penning is te zien in de permanente opstelling in het Numismatisch Kabinet.

Het numismatisch kabinet herbergt werk van vele kunstenaars, die vaak vooral bekend zijn vanwege schilderijen, tekeningen of hun grote beelden in de openbare ruimte. Onder hen klinkende namen als Leone Leoni, Thérèse van der Pant, Jan Bronner, Mari Andriessen, Jan Wolkers en Arthur Spronken. De afgebeelde penningen komen uit de familiale sfeer. Het afgebeelde stuk van Wolkers toont bijvoorbeeld zijn vrouw Maria, twee zoons (Erik Peter en Jeroen Sebastiaan) en de poes Kid Ory (vernoemd naar de Amerikaanse jazzcomponist).

Georgine Schwartze, Nationale tentoonstelling van vrouwenarbeid te ’s-Gravenhage. 1898, brons, 30 mm (TMNK 15740). De eerste door een vrouw gemaakte Nederlandse penning. Zie de blog First lady.

Christoffel Adolphi, Vrede van Breda, gesloten tussen de Verenigde Nederlanden en Engeland. 1667, zilver, 71 mm (TMNK 00741).

Met deze penning over het einde van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (1665-1667) haalde Adolphi zich de woede van de Engelse koning op de hals. De vredespenning wordt zelfs genoemd in de Engelse oorlogsverklaring aan de Republiek der Verenigde Nederlanden (de derde Engels-Nederlandse oorlog).

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 29 juni 2021.