Stagelopen in coronatijd

Blog door stagiair Kunstverzamelingen Larissa van Wijlick

Het is stil in de ontvangsthal van Teylers Museum. De felle ochtendzon schijnt door de ramen en belicht de lege entreeruimte. Behalve een enkele suppoost achter de balie, zie ik op de begane grond niemand. Het museum is namelijk – net als vele musea wereldwijd – tijdelijk gesloten voor bezoekers. Het gebouw is enkel sporadisch toegankelijk voor personeel. En toch sta ik daar, op locatie!

Voor mijn stage bij de kunstafdeling reis ik eens in de week af naar het museum, de resterende dagen werk ik thuis. Het stageproject zelf is tot stand gekomen in samenwerking met het RKD – het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis in Den Haag. Dit onderzoeksinstituut is dé plek waar o.a. kunsthistorici, conservatoren, veilinghuismedewerkers en studenten informatie werven voor hun (kunst)historisch onderzoek naar Nederlandse kunst.

Voor het project onderzoek ik 52 tekeningen van de achttiende-eeuwse kunstschilder Jacob de Wit (1695-1754). De resultaten van het onderzoek zullen worden verwerkt in een nieuwe bestandscatalogus over Nederlandse tekeningen uit de achttiende eeuw in Teylers Museum, en worden gepubliceerd in de online database van het RKD. Jacob de Wit was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de internationale barok in de Nederlanden. Hij stond bekend om zijn illusionistische interieurschilderingen. Rijke Amsterdammers stonden in de rij voor een plafondstuk of ‘Witje’ (grisailles die levensecht beeldhouwwerk nabootsten) van zijn hand. 

Nu vraagt u zich misschien af hoe een dergelijk tekeningenonderzoek tot stand komt. Het betekent naast goed kijken, óók de juiste vragen stellen. Wat is bijvoorbeeld de functie van de tekening? Wat weten we over de herkomst? Is er een bijhorend schilderij bekend? Staan er nog interessante inscripties op de achterkant van de tekening? Kortom, gedurende het onderzoek probeer ik zoveel mogelijk informatie te vinden over de bladen. Vooral voor dat laatste onderdeel – de inscripties – is het essentieel om het werk met eigen ogen te zien. Er kan belangrijke informatie over de tekening op staan! 

Zo staan op de achterkant van het blad Offerscène bij het standbeeld van Diana de naam van de opdrachtgeefster, het jaartal 1730 en de waarschijnlijke positie van het eindwerk vermeld (fig. 1 en 2). ‘Mevrouw Dix’, zoals op de tekening staat vermeld, was Maria Luyken (?- in of voor 1749), de echtgenoot van Arnoldus Dix (?-1717). Na de dood van haar man voorzag ze haar woonhuis aan de Amsterdamse Herengracht 168 van een nieuw interieur. De Wit maakte in 1730 nog een tweede werk Pallas Athena doodt een draak of slang en een zittende personificatie van de Deugd (fig. 3) voor Maria Luyken. Beide tekeningen dienden als voorstudies voor de interieurschilderingen in de voorkamer aan de Herengracht 168.

Voor de opdracht heeft De Wit samengewerkt met Isaac de Moucheron (1667-1744), iets wat de kunstenaars vaker deden. De Moucheron schilderde de landschappen, terwijl Jacob de Wit de figuren schilderde.

Naast het tekeningenonderzoek houd ik mij ook bezig met andere activiteiten. Zo loop ik mee met conservator Marleen Ram, die momenteel druk is met het inventariseren van de antieke meubels in Pieter Teylers Huis. Dit najaar opent het volledig gerestaureerde woonhuis van Pieter Teyler de deuren voor het publiek.

Tot slot is het natuurlijk een voorrecht om een aantal maanden met deze bijzondere tekeningen te mogen werken, om ze met eigen handen vast te mogen houden. Daarnaast leer ik hoe je kunsthistorisch onderzoek over kan brengen op het grotere publiek. Al met al is het een bijzondere ervaring, ondanks alle beperkende coronamaatregelen!

Fig 1: Jacob de Wit, Offerscène bij het standbeeld van Diana, 1730, pen en grijze inkt, penseel en grijze en roodbruine inkt, met wit gehoogd, over een schets in grafiet, 206 x 164 mm (inv. nr. T 040)

Fig. 2: Inscripties op de achterzijde van fig. 1: “voor Mevrouw Dix 1730” en “NB op de reghter handt te denken”

Fig. 3: Jacob de Wit, Pallas Athena doodt een draak of slang en een zittende personificatie van de Deugd, 1730, grafiet, pen en grijze inkt, penseel en grijze en roodbruine inkt, met wit gehoogd, over een schets in grafiet, 204 x 160 mm (inv. nr. T 041)

 
Larissa van Wijlick loopt in 2021 stage op de afdeling Kunstverzamelingen. Dit blog werd geschreven op 17 mei 2021.