Verdwaalde munt

Blog door conservator Jan Pelsdonk

In de eerste collectiecatalogus van Teylers Numismatisch Kabinet – in 1892 gepubliceerd door conservator Theodorus Marinus Roest (1832-1898) – bevindt zich een klein aantal buitenlandse munten uit de zeventiende en achttiende eeuw. Deze munten zijn waarschijnlijk afkomstig van de stichter van het museum, Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778). Zij werden aan het einde van de negentiende eeuw namelijk niet verzameld en de periode daarvoor, de eerste honderd jaar na Teylers dood, lag de collectie achter slot en grendel.

Onder deze buitenlandse munten is er één gerangschikt onder Polen. Het is volgens de beschrijving een munt van twee groschen van koning Sigismund II August (1548-1572). Na de inventarisatie van de collectie is deze munt ergens rond 1890 gedetermineerd en opgeborgen in de verzameling. Vervolgens is er 130 jaar niet naar omgekeken. Toevallig had ik het stuk onlangs in handen en raakte daarbij geïntrigeerd door de wapenschilden die niet aan Polen doen denken. Met een van de moderne handboeken in de hand – hoeveel eenvoudiger is dit soort speurwerk geworden in vergelijking tot de negentiende eeuw! – kwam er al snel een nieuwe determinatie uitrollen. De munt blijkt een dwojak litewski (oftewel: litouwse dubbel) te zijn, waarschijnlijk in 1567 geslagen in Vilnius, Litouwen. In die dagen vormden Polen en Litouwen een personele unie, waarbij de koning van Polen tevens groothertog van Litouwen was.

De dwojak litewski heeft op het eerste gezicht lang gecirculeerd, maar schijn bedriegt. Een groot deel van de munt verkeert namelijk in uitstekende staat. Mogelijk is tijdens het slaan de bovenstempel te schuin gehouden waardoor slechts een deel van de afbeelding op de munt werd overgebracht. De munt toont het hoofd van Sigismund II August naar rechts en op de keerzijde de wapenschilden van Litouwen en van het groothertogelijk huis der Gediminiden, van wie Sigismund II August de laatste was. 

De grote vraag blijft hoe Teyler aan het muntje kwam. Zou er een verband zijn met de handel op de Oostzee en kreeg hij hem van een bevriende handelsrelatie? Er is ook een heel andere reden denkbaar. De dwojak litewski heeft namelijk ongeveer hetzelfde formaat en gewicht (20 mm, 1,5 gram) als de Nederlandse dubbele stuiver. Het zou daardoor zomaar kunnen dat de Litouwer in een partijtje Nederlandse munten terecht is gekomen en op een onbewaakt ogenblik in de beurs van Pieter Teyler is beland. Lette Teyler niet goed op de kleintjes? Die vraag blijft vooralsnog onbeantwoord, maar in ieder geval is er een einde komen aan een dwaaltocht van 130 jaar...


Twee groschen
uit Polen op naam van Sigismund August (1548-1572), 1561, zilver

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Geschreven op 6 april 2020.