Water wordt wijn dankzij de penningcollectie van een bierbrouwer

Blog door conservator Jan Pelsdonk

De Amsterdammer Gerard Adriaan Heineken (1841-1893) is in de eerste plaats bekend als oprichter van de bekende bierbrouwerij Heineken. Hij deed dit op jonge leeftijd, in 1864. Hij was ook actief op het gebied van geschiedenis en kunst. Zo zette hij zich onder andere in voor het nieuwe gebouw van het Rijksmuseum in Amsterdam. Zijn goede oog voor kunst blijkt uit de brede verzameling die hij als privépersoon aanlegde. Dat hij daarbij ook een fraaie collectie penningen bezat is minder bekend. Hij legde de basis in zijn tienertijd, toen hij al veilingen bezocht. In 1885 schonk hij zijn penningen aan de stad Amsterdam. Toch zou een deel van zijn collectie uiteindelijk in Teylers Museum terecht komen.

Dat komt omdat hij had bepaald dat dubbele exemplaren door de stad mochten worden verkocht onder de voorwaarde dat het vrijkomende geld ten dienste van dezelfde collectie zou worden aangewend. Wie de collectie van Teylers Museum vergelijkt met die van het Amsterdam Museum zal zien dat er blijkbaar niet alleen dubbele exemplaren werden verkocht. Ook stukken waarvan het verband met de stad Amsterdam minder duidelijk waren ondergingen dit lot.

Veilingcatalogus van penningen uit de verzameling van de stad Amsterdam in 1889 (CBNK 0434)

De veilingcatalogus is bewaard gebleven in Teylers Museum. Dit exemplaar is voorzien van annotaties. Tijdens de veiling heeft de conservator van Teylers Numismatisch Kabinet, Theodorus Marinus Roest, in de marge de prijzen van de afgehamerde penningen geschreven. Roest kocht negen penningen voor Teylers Museum:

1. Martin Brunner (Neurenberg), Athenaeum Illustre te Amsterdam (later de Universiteit van Amsterdam), opgericht in 1632. Zonder jaar (1682), zilver, 56 mm (TMNK 00459)

2. Anoniem, Overlijden van Simon Episcopius (1583-1643), hoogleraar te Leiden en Amsterdam. 1643, zilver, 66 mm (TMNK 00491)

3. Johann Schepp, Prijspenning voor de Maatschappij tot Bevordering van Landbouw te Amsterdam. 1776, zilver, 64 mm (TMNK 02209)

4. Anoniem, Betaalpenning van de onderneming van gezuiverd water te Amsterdam. 1828, koper, 23 mm (TMNK 02728)

5. Anoniem, Prijspenning van de Gelderse Maatschappij van Landbouw, aan J.M. Pas. 1856, verzilverd brons, 48 mm (TMNK 02988)

6. Mozes de Vries, Oprichten van een standbeeld voor Rembrandt van Rijn te Amsterdam. 1852, tin, 27 mm (TMNK 03047)

7. Johan Stettner (Neurenberg), Intocht van Willem I te Amsterdam. 1813, verzilverd koper, 34 mm (TMNK 05101)

8. Anoniem (Berlijn), Intocht van de soeverein vorst te Amsterdam. 1813, zilver, 15 mm (TMNK 05284)

9. Adriaan Bemme, Ontzet van Leiden op de Spaanse troepen in 1574. 1824, zilver, 185 mm (TMNK 02685)

Vooral voor die laatste penning tastte Roest diep in de buidel. Deze kocht hij aan voor f 184,05 (inclusief veilingkosten). Deze unieke penning was in 1824 gemaakt in opdracht van de verzamelaar Hendrik Westhoff junior. Dat de aardigheid niet altijd in het duurste stuk verborgen is, blijkt wel uit kavel 264 (de vierde penning op bovenstaande lijst). Deze kostte slechts f 1 en gaat over de drinkwatervoorziening in Amsterdam in het begin van de negentiende eeuw. Het stuk werd als betaalpenning gebruikt voor de waterdrager. In een tijd dat het water uit de Amsterdamse grachten (letterlijk) in kwade reuk stond en er nog geen drinkwaterleidingen waren aangelegd, bracht de waterdrager vers drinkwater langs de deuren. De bewuste penning was volgens het opschrift bestemd voor ‘EENE DRAGT’ water. Goede alternatieven voor het drinken van water waren in die tijd water en bier. Dat laatste nog niet van Heineken, want hij richtte zijn brouwerij pas zo’n 30 jaar later op.

Detail uit de veilingcatalogus

Anoniem, Betaalpenning van de onderneming van gezuiverd water te Amsterdam

Jacobus van Looy, De waterdrager. 1885-1887, pen in oostindische inkt, 202 x 133 mm (FF 017c)

Ter verluchtiging van deze tekst zocht ik in de collectie tekeningen van het museum naar een waterdrager. Deze bleek inderdaad te bestaan. Met de nadruk op ‘bleek’, want ook hier zit een verhaal achter verborgen. De tekening is in- of kort na 1885 gemaakt door de kunstenaar Jacobus van Looy (1855-1930). Voor hem zullen waterdragers geen onbekend verschijnsel zijn geweest. Hij groeide op in Haarlem en woonde enige tijd in de Rustenburgerstraat in de Amsterdamse Pijp. Op reis door Italië maakte hij in het Archeologisch Museum van Napels een tekening van het in het Casa del Centenario te Pompeï gevonden bronzen beeld van een – zoals hij schreef – waterverkooper’. Blijkbaar zat hij met zijn gedachten inderdaad bij de Nederlandse waterdragers, want in een tijd dat water nog direct uit de rivier kon worden gedronken zal dit beroep minder lucratief geweest zijn. Het beeld wordt tegenwoordig dan ook beschreven als een jonge satyr uit het gevolg van Dionysos, god van de wijn. De jongen giet wijn uit een zak van dierenhuid over naar een verloren gegaan voorwerp, zoals een beker of kruik. 

Naast de negen in 1889 verworven penningen bevond zich al langer een penning uit Heinekens collectie in het museum. Dat stuk had Heineken in december 1882 bij veilinghuis Bom laten verkopen in de veiling waar tevens de collectie-Quintus werd verkocht. De zilveren penning is in 1796 gemaakt door Johannes Lageman en gaat over het gouden huwelijk van garenhandelaar Anthony Jacob Bierens en Suzanna Hasina Willink (TMNK 02432).

Om een lang verhaal kort te maken: in Teylers Museum bevindt zich dus een aantal penningen uit de collectie van bierbrouwer Gerard Heineken, naar aanleiding waarvan een tekening nader is bestudeerd, met tot gevolg dat water in wijn is veranderd.

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 18 mei 2020.