Willem Crul: vergeten Haarlemmer uit een vergeten strijd

Blog door conservator Jan Pelsdonk

De afbeelding bij deze blog doet vermoeden dat de god van de handel een neusverkoudheid of erger heeft. Nadere bestudering leert dat er iets anders aan de hand is en dat iedere verwijzing naar de actuele coronacrisis op een anachronisme berust. 

Joan Holtzhey, sneuvelen van Willem Crul. 1781, zilver (TMNK 02257)

Haarlem bestaat 775 jaar. Om dit speciale feit luister bij te zetten is zowel in het boekenkabinet als in de penningvitrine een tentoonstelling ingericht over Haarlem. Deze expositie is breed van opzet en toont een keur aan munten (waaronder Haarlemse noodmunten uit het beleg van 1572-1573) en penningen over bijzondere personen, gebeurtenissen en Haarlemse gebouwen, naast onder andere boeken, instrumenten en prenten met Haarlem als onderwerp of als plaats van vervaardiging. Een van de getoonde penningen heeft het overlijden van de in Haarlem geboren Willem Crul (1721-1781) als onderwerp. Deze penning toont bovendien dat de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog zich niet alleen in Europa afspeelde.

Willem Crul, heer van Burgst, was in zijn tijd een bekende persoonlijkheid. Hij kwam uit een Haarlems regentengeslacht. Op zijn 21ste kwam hij in dienst bij de VOC en reisde hij naar Indië. Terug in de Nederlanden keerde hij niet terug naar Haarlem, maar ging hij in dienst bij de Rotterdamse Admiraliteit, waar hij in 1752 kapitein-ter-zee werd. In 1779 volgde zijn promotie tot schout-bij-nacht.

In februari 1781 begeleidde hij met het oorlogsschip Mars een koopvaardijvloot die van Sint Eustatius op weg was naar de Nederlanden. Door de trage communicatie van die dagen was het de Nederlanders nog niet bekend dat de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog was uitgebroken. Twee dagen na Cruls vertrek, op 3 februari, werd het eiland onverhoeds door de Engelsen ingenomen en zij stuurden een aantal schepen achter Crul aan. Nabij het eiland Sombrero haalden de Engelsen de Nederlanders in. Het schip van Crul was geen partij voor de overmacht en na een korte, felle strijd werd Crul dodelijk getroffen. Hij stierf nadat hij het bevel had gegeven de vlag te strijken. Crul werd op Sint Eustatius begraven en de bemanning van de Mars werd gevangen gezet op Saint Kitts.

In de Republiek werd Crul als een held gezien. De toonaangevende Amsterdamse stempelsnijder Joan George Holtzhey (1726-1808) vereeuwigde hem op de hier afgebeelde penning. De voorzijde toont Crul, terwijl op de keerzijde de treurende Mercurius, god van de handel, naast een sokkel met een urn staat. Op de sokkel is een zeegevecht afgebeeld, links ertegenaan staat het wapenschild van Crul. De tekst VI INFERIOR NON VIRTVTE luidt vertaald: zwakker in macht, niet in moed.

De privécollectie van Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778), de naamgever van Teylers Museum, is na diens dood bijna honderd jaar in afgesloten penningkastjes bewaard. Deze penning over Crul is in september 1877 voor het museum aangekocht en behoort tot een van de eerste uitbreidingen van de numismatische collectie.

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 13 oktober 2020.