Zonne-energie in de kinderschoenen

Blog door junior conservator wetenschap Moed de Vries

Eind 19e eeuw was het gebruik van zonne-energie nog een futuristisch concept, in 1878 vonden pas de eerste demonstraties van deze techniek plaats in Parijs, uitgevoerd door de Franse fysicus Augustin Mouchot. Deze eerste zonnecollectoren waren grote reflecterende schotels, die in hun brandpunt zo warm werden dat er een klein stoommotortje kon gaan werken. De zilverkleurige schotel werd loodrecht op de zonrichting ingesteld, en in het midden werd een zwart waterketeltje geplaatst. De warmtestraling van de zon verhit vervolgens het water in het keteltje tot het kookpunt, wat stoom oplevert die via een zuiger een aangekoppeld radarwerk in beweging brengt. Deze beweging is dan de ‘gecollecteerde’ zonne-energie.

Teylers Museum bezit een model van één van de allervroegste zonnecollectoren. Deze verzilverde schotel, met een diameter van 48 cm, staat op een mahoniehouten voet, en is geproduceerd door de Fransen Abel Pifre en A. Salleron. In 1879-80 is dit model door het museum aangekocht voor 52,25 gulden, een aankoop die een reactie zou kunnen zijn op de sensatie beluste ‘kermisdemonstraties’ die Mouchot een jaar eerder in Parijs uitvoerde. Een van de weinige afbeeldingen van die demonstraties bevat een grote collector, en links onderin twee kleinere, die sterk overeen komen met het exemplaar dat Teylers Museum bezit. Het grote exemplaar in de afbeelding werd gebruikt om een drukpers te laten draaien: een –toen-spectaculaire toepassing.

Een grappig detail van het museumexemplaar is een opzetstukje dat in plaats van een stoommotortje een container met rekje bevat. Dit rekje is om een eitje in te doen: dat kan door de zonne-energie gekookt worden. Zo wordt duidelijk dat het om een demonstratie-exemplaar gaat. Het is natuurlijk geen bijzonder praktische manier om een ei te koken, maar het is wel erg leuk ‘zomaar’ een gekookt ei uit het apparaat te kunnen halen, terwijl dat alleen maar even in de zon stond!

Op de foto van onze zonnecollector is te zien dat de verzilvering in slechte staat verkeerde. De instrumenten restaurator bij Teylers Museum, Jan-Willem Pette, legt hierover zijn dilemma uit. Wanneer hij de verzilvering in het geheel zou hebben vervangen zag de collector er naar alle waarschijnlijkheid net zo uit als tijdens de 19e-eeuwse demonstraties, maar dan kijkt de bezoeker niet naar een origineel oppervlak. Wanneer je de zonnecollector echter in deze staat zou laten kijk je naar een verweerd oppervlak, dat zo niet voor het beoogde doel gebruikt zou kunnen worden. Uiteindelijk is de restaurator gegaan voor een compromis: de zwarte aanslag is heel voorzichtig verwijderd met een zachte doek en een klein beetje fijn krijt. Zo kwam de zilverlaag weer tevoorschijn, maar zijn de delen waar de verzilvering weggesleten was niet opnieuw verzilverd. Het object dat de 19e-eeuwse geboorte van zonne-energie belichaamt heeft zo zijn authentieke uitstraling behouden.

Dit pionierswerk bevat niet zozeer de techniek waarmee moderne zonnecollectoren verder zijn ontwikkeld, maar wél de concepten die vóór het ontstaan van deze modellen onrealiseerbaar of zelfs ondenkbaar leken. Zo hebben ze de weg bereid voor de vele rijtjeshuizen met blauwzwarte vlakken op het dak die nu wij nu gewend zijn. 

Moed de Vries werkt sinds 2020 als junior conservator wetenschap in Teylers Museum. Deze blog werd geschreven op 30 juli 2020.