Elegantie en experiment

Penningvitrine - Vernieuwingen in de penningkunst in het begin van de 20ste eeuw

15 januari 2019 t/m 30 juni 2019

In de 19e eeuw was de penningkunst op een dood spoor terecht gekomen. Penningen werden vrij standaard uitgevoerd: rond, met een portret op de voorzijde en een toelichtende tekst op de keerzijde. Ook de art nouveau leek in eerste instantie aan Nederland voorbij te gaan.

Onder invloed van Henri Jean de Dompierre de Chaufepié, directeur van het Koninklijk Penningkabinet, werd in 1900 de Nederlandsch-Belgische Vereeniging van Vrienden van de Medaille als Kunstwerk opgericht. De Belgische medeoprichter was Alphonse de Witte. Deze vereniging gaf opdrachten aan vooruitstrevende penningkunstenaars. Zo kwam de art nouveau in de Nederlandse penningkunst terecht. De onderwerpen werden veel losser, met vloeiende lijnen en speelse tekst. Ook de ronde vorm werd ingeruild voor een veelheid aan verschijningsvormen. Teylers Museum heeft al deze penninguitgaven in bezit en toont ze nu in de Penningvitrine.

In de Eerste Wereldoorlog houdt de vereniging op te bestaan, omdat de oorlog zorgde voor grote tegenstellingen tussen de leden, die uit meerdere landen afkomstig waren. Na de oorlog werd in 1925 in Nederland de Vereniging voor Penningkunst opgericht. Deze vereniging bestaat nog steeds en geeft nog ieder jaar meerdere penningopdrachten.

De afgebeelde penning is in 1913 gemaakt door Chris van der Hoef (1875-1933) en geproduceerd in Utrecht bij de Koninklijke Begeer. De penning heet ‘Land en Zee’, is van brons en meet 65 mm. De voorzijde toont tulpenvelden met op de voorgrond een tulp die bovenaan overgaat in vijf meisjes. De keerzijde toont een uit gestileerde golven oprijzende nimf met een schelp. De tekst vermeldt de naam van de vereniging en ‘HET BLOEIENDE WIJDE LAND’ ‘VAN DE ZEE HET ONMEET LIJK GEWEMEL’.

Koop je tickets online