s.n.

Encyclopédie méthodique, ou par ordre de matières par une Société de gens de lettres, de savans et d'artistes


Het belangrijkste verlichtingsdocument in ons land was de Encyclopédie ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers. Deze beroemde 35-delige encyclopedie van Denis Diderot en Jean le Rond d’Alembert werd tussen 1751 en 1780 uitgebracht.

Wat veel mensen niet weten is dat de drukinkt van dit meesterwerk van de Franse Revolutie nog niet droog was, of de Parijse uitgever Charles-Joseph Panckoucke begon al aan een nieuwe encyclopedie. Deze zou haar voorganger op veel gebieden overtreffen. Panckoucke kwam op het idee toen hij medewerker van Diderot was. Hij wilde met zijn encyclopedie de stand van zaken van het Europese gedachtegoed en de Europese beschaving in alle facetten up-to-date en compleet vastleggen. En hij wilde daarmee rijk worden.

Het eerste is gelukt. Toen het werk in 1832 klaar was, telde het maar liefst 120.000 bladzijden en stonden er bijna 6.000 gravures in. De encyclopedie is thematisch opgezet en bestaat eigenlijk uit 43 sub-encyclopedieën. De omvangrijkste zijn: geneeskunde (13 delen), zoölogie (7 delen) en botanie (12.000 pagina’s en 1.000 platen).

Aanvankelijk was de Encyclopédie Methodique ook een groot commercieel succes, maar in de loop van het project liep Panckoucke tegen grote problemen aan en een paar jaar na het begin van de Franse Revolutie was het aantal inschrijvingen dramatisch gezakt, van 5.000 naar 500. Uiteraard bleef de Bibliotheek van Teylers Stichting ingeschreven. Het exemplaar in Teylers Museum telt 195 banden en is -voorzover bekend- het meest complete exemplaar ter wereld. De hier getoonde band bevat onder andere de beschrijving van de 'Physique amusante' (letterlijk: 'vermakelijke natuurkunde' ): proeven en demonstratietoestellen waarmee op speelse wijze natuurkundige principes gedemonstreerd konden worden.