Munting, Abraham

Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen, Waar in de veelerley Aart en byzondere Eigenschappen der boomen, heesters, kruyden, bloemen, met haare Vrugten, Zaden, Wortelen en Bollen, Neevens derzelve waare Voort-teeling, gelukkige Aanwinning, en heylzaame Genees-krachten in drie onderscheide Boeken beschreeven worden.


Abraham Munting (1626-1683) was hoogleraar kruidkunde aan de universiteit Groningen en opzichter van de botanische tuin. Deze tuin was door zijn vader (apotheker Hendrik Munting) gesticht en stond bekend om zijn exotische planten, geneeskrachtige kruiden, kassen en bloembedden.

'Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen' bevat beschrijvingen van honderden inheemse en uitheemse plantensoorten uit de Groningse tuin, zoals citroen, tabak, ananas, passiebloem en cyclaam. Munting besteedt veel aandacht aan de juiste kweekmethodes, veel van de planten waren natuurlijk pas net ingevoerd. Ook is er steeds een alinea over de ‘krachten’ van planten: van te veel Datura (doornappel) zul je lachend sterven bijvoorbeeld. Achter in het boek is een register op ‘zonderlinge zaken’, waarin je dit soort eigenschappen van planten kunt opzoeken.

Maar het opvallendst aan dit werk zijn wel de prachtige kopergravures, 250 in totaal. De tekenaars en graveurs zijn onbekend, maar zij deden iets bijzonders: in plaats van de planten tegen een witte achtergrond af te beelden (zoals in kruidboeken) of vanuit een laag perspectief in een tuin (zoals in kweekcatalogi), werden ze in prachtige arcadische landschappen geplaatst. Soms is er een relatie tussen de plant en landschap: suikerriet met daarachter een fort en palmbomen, een verwijzing naar de overzeese bezittingen en suikerhandel. Of een plant genaamd Barba jovis (baard van Jupiter), waarbij Jupiter is afgebeeld. De namen van de planten staan gebeiteld in muurtjes, houten plankjes, of op sierlijke banderollen. De stijl is misschien typisch barok en zien we terug in andere boeken van de bekende uitgevers Pieter van der Aa uit Leiden en François Halma uit Utrecht. Maar het is heel atypisch voor een botanisch boek.

Andere botanici, onder wie Linnaeus, hadden trouwens kritiek op de kwaliteit van de plantenafbeeldingen. Toch werd dit prachtboek nog enkele malen herdrukt en verscheen er een Latijnse vertaling van in 1702.