Commelinus, J.

Horti medici Amstelodamensis rariorum, tum Orientalis, quam Occidentalis Indiae, aliarumque Peregrinarum Plantarum Magno Studio ac labore, sumptibus Civitatis Amstelodamensis, longa annorum Serie collectarum, Descriptio et Icones ad vivum aere incisae; opus posthumum. Latinitate donatum, notisque et observationibus illustratum a Frederico Ruyschio et Francisco Kiggelario. Texte latin et hollandais. Vol I. frontispice gr. et col. 112 pl. gr. et col. et les armoiries en couleurs des MM. J. Commelin et J. Huydecoper. Vol II. par M. le Dr.Casparus Commelin; avec frontispice gr. et col. et 112 pl. gr. et col. et les armoiries de MM. Franciscus de Vroede, Gerbrandus Pancras et Johannes Huydecoper. = Beschryvinge En Curieuse Afbeeldingen Van rare vreemde Oost-West-Indische en andere Gewassen, vertoont in den Amsterdamsche Kruyd-Hof.


In 1682 besloot het stadsbestuur van Amsterdam tot de oprichting van een nieuwe Artsenij-Hoff, in de dan spiksplinternieuwe Plantage-buurt. De apotheker-koopman Jan Commelin (1626-1692) kreeg er de leiding over. Amsterdam was toen een zeer welvarende handelsstad en Commelin ontving allerlei exotische gewassen via de Vereenigde Oost-Indische en de West-Indische Compagnie. Ook kweekte hij ze zelf op de hofstede Zuyderhout in de Haarlemmerhout. De Amsterdamse hortus groeide uit tot een prestigieuze botanische tuin, waar studenten en voorname burgers planten uit alle hoeken van de wereld konden zien.

Jan Commelin en later zijn neef Caspar Commelin publiceerden in 1697 en 1701 deze tweedelige geïllustreerde catalogus van de tuin, medegefinancierd door Nicolaas Witsen, de steenrijke burgermeester van Amsterdam. Op de prachtige frontispice van het tweede deel wordt de scope van het boek goed samengevat: afgebeeld is de stedenmaagd van Amsterdam, die door personificaties van de 4 werelddelen manden vol planten krijgt aangeboden. Handel en wetenschap gaan hier samen. De gravures zijn gebaseerd op de aquarellen van Jan Moninckx en zijn dochter Maria, die tussen 1686 en 1709 meer dan 400 exotische gewassen uit de botanische tuin afbeeldden. De beschrijvingen in het Latijn en Nederlands zijn kort en vooral gericht op het uiterlijk en de kweek van de grotendeels nog onbekende planten. De grote botanicus Linnaeus vond het werk zo goed, dat hij er 259 soortbeschrijvingen op baseerde.