Pootafdrukken van de Chirotherium (groot handdier)


In 1834 werden in de bontzandsteen (Trias, circa 234 miljoen jaar oud) van het Duitse Thüringen pootafdrukken gevonden van een onbekend dier. Men kon het dier, waarschijnlijk vergezeld van een jong exemplaar, over een afstand van maar liefst 40 meter volgen. Omdat er geen andere fossiele resten van dit dier werden gevonden en omdat de afdruk doet denken aan een menselijke hand, werd het als “groot handdier” beschreven. Chirotherium barthii is het eerste fossiele dier dat alleen aan de hand van nagelaten sporen werd beschreven. Aan de hand van de pootafdrukken in de toenmalige klei kon ook een dier gereconstrueerd worden, dat nu als een reptielachtige wordt beschouwd. De vondst was zo spectaculair dat vele musea een deel van de gelopen route opkochten. Zo kwamen in Teylers Museum een flink aantal platen terecht, waarop zowel sporen van het volwassen als jonge exemplaar te zien zijn. In 2004 werd bij de vindplaats Hildburghausen een bronzen replica van het grote handdier onthuld met op de achtergrond de gereconstrueerde route die het dier gelopen zou hebben. In deze reconstructie spelen de platen in Teylers Museum ook een rol.