Trilobiet


Om de haast oneindige hoeveelheid kristalvormen in beeld te brengen, stortten mineralogen zich eind 18e eeuw op het vervaardigen van kristalmodellen. De eerste verzamelingen werden geproduceerd door Jean-Baptiste Romé de I’Isle, in terracotta. Al in 1785 schafte museumdirecteur Martinus van Marum in Parijs een complete set van honderden exemplaren aan. Omstreeks 1800 deed de Franse abt René Just Haüy dat nog eens over met houten modellen. Perenhout bleek veel geschikter dan klei, vooral voor gladde vlakken, scherpe ribben en correcte hoeken. Tussen 1802-1804 kocht Van Marum bij Haüy 597 perenhouten exemplaren, waarvan er nu nog 550 in Teylers aanwezig zijn – de meest complete collectie ter wereld. Omdat het vervaardigen zeer arbeidsintensief was, duurde de fabricage van een omvangrijke serie lang. Waarschijnlijk zijn er maar tien gemaakt. Voor de collectie betaalde Teylers maar liefst 600 livres.

Van Marum gebruikte de houten kristalmodellen om de collectie mineralen opnieuw in te richten. Volgens het systeem van Haüy rangschikte hij ze in bakjes op het middenmeubel in de Ovale Zaal en liet ze vergezeld gaan van een perenhouten model, zodat bezoekers ze konden vergelijken. De middenvitrine is grotendeels nog steeds zo ingericht als destijds door Van Marum.