Mosasaurus hoffmanni


In 1782 had museumdirecteur Martinus van Marum op huwelijksreis de resten van dit ‘voorwereldlijk’ dier gezien. Een jaar later lukte het de kaken van deze maashagedis aan te schaffen. Ze waren in 1766 in de Sint Pietersberg bij Maastricht aangetroffen. Voor 2.100 gulden werden het kakement en 600 kleinere fossielen gekocht. Een probleem was wel dat de fossiele resten niet leken op een nog levend dier. De term ‘uitgestorven’ bestond nog niet. Men geloofde dat niets uit Gods schepping opeens overbodig was geworden. De kaken werden vergeleken met nog levende krokodillen en tandwalvissen. Van Marum en zijn leermeester Petrus Camper geloofden dat de kaken met walvisachtigen te maken hadden. Pas omstreeks 1800 bewees Campers zoon Adriaan Gilles dat het een zwemmend reptiel betrof, een soort fossiele varaan. Die werd in 1829 officieel beschreven als Mosasaurus hoffmanni, ruim 60 miljoen jaar geleden uitgestorven.

De soortnaam hoffmanni is een eerbetoon aan de Maastrichtse fossielenverzamelaar Johann Leonard Hoffmann, die een aanzienlijke verzameling fossielen uit de Sint Pietersberg had. Een groot deel daarvan kwam in het bezit van Petrus Camper, wiens Krijtcollectie in 1854 door Teylers werd overgenomen. Daarmee bezit het museum een van de belangrijkste Krijtverzamelingen ter wereld.