Ursus spelaeus


Deze grotten- of holenbeer bewoonde Europa gelijktijdig met de mens in het paleonlitisch tijdperk en is tijdgenoot van de mammoet. Dit exemplaar leefde zo'n 20.000 jaar geleden, toen het klimaat in een groot deel van Europa een stuk kouder was.

Grotten waren de aangewezen plekken om beschutting te zoeken tegen het barre weer en te overwinteren. Maar het kwam regelmatig voor dat de dieren in hun winterslaap overleden. Vandaar dat fossielen van grottenberen vaak in grote hoeveelheden bij elkaar worden gevonden. Het is dan niet eenvoudig om te herleiden welk bot bij welke beer hoorde en daarom wordt een skelet gewoon samengesteld uit botten die het best bij elkaar lijken te passen. Ook dit is zo’n ‘composietskelet‘. De botten van dit skelet zijn gevonden in Tsjechië.

De grottenbeer was een indrukwekkende verschijning. Als hij op zijn achterpoten stond was hij bijna drie meter hoog. Dat is aanzienlijk groter dan de bruine beer die nu nog in Europa voorkomt. Uit de dikte van de botten valt ook af te leiden dat de grottenbeer zeer gespierd was. Voor de mens, die alleen met stenen vuistbijlen was bewapend, moet hij een geduchte vijand zijn geweest.