De 'ongemeen groote' elektriseermachine

Van Marum onderzocht de invloed van elektrische lading op planten, dieren en zelfs mensen.

Kort nadat hij museumdirecteur bij Teylers Museum was geworden, kreeg Martinus van Marum het plan een elektriseermachine van ongekende afmetingen te laten bouwen. Hij hoopte daarmee onbekende elektrische verschijnselen te ontdekken.

In december 1784 was het toestel klaar. Met glasschijven van 1,85 meter was het inderdaad veruit de grootste elektriseermachine ooit gebouwd. Het toestel werd opgesteld in de gloednieuwe Ovale Zaal en kon gebruikt worden voor proeven. Dat wil zeggen, als het koud en droog genoeg was want anders werkte de machine niet. Van Marum zou trouwens nog bijna tien jaar bezig zijn voor hij wist wat de beste opstelling was. Die was afhankelijk van de gekozen materiaalsoorten, afmetingen en vorm van de diverse onderdelen. 

Van Marum onderzocht de invloed van elektrische lading op verschillende materialen, planten, dieren en zelfs mensen. Na 1800 werd de machine alleen nog voor demonstraties gebruikt. Een demonstratie voor Napoleon in 1811 ging niet door omdat de lucht te vochtig was. 

Korte tijd later ontdekte men dat elektriciteit stroomde en was de elektrostatica een achterhaald onderzoeksgebied. In de 20ste eeuw is de generator nauwelijks meer gedemonstreerd. Wel heeft de TU Eindhoven een kopie op ware grootte gebouwd, die daar een vaste plaats heeft gekregen. De enorme vonken die de machine kon produceren, kan men dus nog steeds ‘in levende lijve’ zien. Overigens ontdekte Van Marum geen nieuwe elektrische verschijnselen. Wél zorgde hij voor een forse schaalvergroting van bijvoorbeeld ladingsgrootte en vonklengte.

 

In mei 2017 opende een geheel nieuwe vleugel van het museum: het Lorentz Lab. In dit voormalig laboratorium van Teylers Museum is een levensechte replica te zien van de Grote Elektriseermachine. Schrik niet van de vonken!