Bloemstilleven met vogelnestje

Georgius Jacobus Johannes van Os (1782-1861) (schilder), ca. 1825


Een grote verscheidenheid aan bloemsoorten is bijeen gebracht op het hoogtepunt van hun bloei: rozen, pioenrozen, afrikaantjes, seringen, appelbloesem, kamperfoelie, vlas, grasklokje en venkel. Het vogelnestje met eieren verwijst naar het voorjaar. De kleine insecten en de waterdruppels op sommige vettige bladeren zijn bijna levensecht geschilderd; "malsch en delicaat van penseelbehandeling", zoals een tijdgenoot het uitdrukte.

De afgebeelde bloemen bloeien elk op een ander moment in het seizoen. Van Os kan hen dus onmogelijk tegelijkertijd hebben gezien. Jan van Os, de vader en leermeester van de schilder, loste dit probleem op door zijn bloemstillevens samen te stellen aan de hand van door het jaar heen getekende studies. Zoon Gregorius schilderde echter bij voorkeur direct naar levende bloemen. Daarom verbleef hij gedurende de zomermaanden dikwijls in Haarlem, ook destijds het centrum van de bloemenkwekerij. Met deze methode van werken trad hij in de voetsporen van zijn zeventiende-eeuwse voorbeeld Jan van Huysum. Het schijnt zowel Van Huysum als Van Os soms maanden te hebben gekost voordat alle bloemen in een stilleven waren ingeschilderd.