Winterlandschap

Barend Cornelis Koekkoek (1803 - 1862) (schilder), 1837


Dit winterlandschap van Barend Cornelis Koekkoek vormt een paar met een zomerlandschap (inv. nr. KS 049): de schilderijen zijn bedoeld als pendanten ofwel tegenhangers. Het contrasteren van verschillende jaargetijden geeft de afzonderlijke schilderijen een extra lading. Koekkoek stemde de landschappen bovendien zo op elkaar af, dat de beschouwer in kort bestek een zelfde soort landschap in twee verschillende gedaanten kan bekijken.

Beide voorstellingen worden beschenen door een late zon. De schilder heeft geprobeerd zo natuurgetrouw mogelijk onderscheid te maken in lichtintensiteit en kleur, al naar gelang het jaargetijde. Koekkoek en de zijnen stonden er op dat een schilder de natuur moest navolgen, deze was immers volmaakt. Alleen liefdevolle en volhardende observatie van een doorschijnend brok ijs, of de 'lome' verte van een zomers landschap, stelde de schilder in staat iets van de pracht van de natuur op de beschouwer over te brengen.

Naast natuurgetrouwheid speelde voor Koekkoek en zijn collega's ook het voorbeeld van de schilders van de Gouden Eeuw een grote rol. Men wilde niets liever dan hun niveau evenaren. Zo zijn voor Koekkoek bijvoorbeeld de beboste landschappen van Jacob van Ruisdael van invloed geweest. Samen met zijn tijdgenoot Andreas Schelfhout, die door Koekkoek zeer bewonderd werd, was hij de belangrijkste landschapschilder van zijn tijd.