Jan Steen en Frans van Mieris in een herberg

Willem Pieter Hoevenaar (1808-1863) (schilder), 1842


De zeventiende-eeuwse schilders Jan Steen en Frans van Mieris waren goed bevriend. Op deze voorstelling zie we Steen in zijn eigen herberg, terwijl hij zijn vrouw onder de kin kietelt en zij een glaasje inschenkt voor Van Mieris.

Jan Steen stond lang na zijn dood ten onrechte bekend als een onbezorgde potsenmaker en dronkelap. Dit meende men op te mogen maken uit het simpele feit dat hij ons in zijn schilderijen immers zulke losbandige scènes voorschotelde. De schilder, die ook herbergier was, moest zelf dus ook wel losbandig zijn, zo werd gedacht. Nog in 1753 schreef de beroemde kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken misprijzende maar sappige verhalen over Jan Steen en diens vrouw. Zowel de anekdote als de portretten van de kunstenaarsvrienden in dit schilderij ontleende Hoevenaar aan het boek van Houbraken.

In vergelijking met sommige zeventiende-eeuwse herbergscènes van Jan Steen is dit schilderij braaf te noemen. Negentiende-eeuwse schilders als Hoevenaar bewonderden kunstenaars als Jan Steen hevig, maar zij vonden het te ver gaan om in hun ogen aanstootgevende praktijken op het doek af te beelden, zoals hun voorgangers dat hadden gedaan.