De Tuin

Jacobus van Looy (1855-1930) (schilder), 1893


Van Looy vervaardigde De tuin in de zomer van 1893 toen hij net terug was van een bezoek aan Parijs. Door de lichte toets en de abrupte afsnijdingen sluit het schilderij wonderwel aan bij het Franse Impressionisme. In Nederland was de interesse hiervoor eind 19de eeuw niet groot. Zo negatief als de kranten over zijn schilderij schreven toen het in de kunstenaarssociëteit Arti geëxposeerd werd, zo positief waren zijn collega’s. De toenmalige directeur van Museum Boijmans was ‘perplex’ van het werk en Isaac Israëls noteerde: ‘Het is het beste schilderij dat er is [in Arti], dus er is geen kwestie van of jij had de medalje moeten hebben’.

Van Looy schilderde het doek direct buiten en plein air. Terwijl de uitgestrekte bloemenzee van Oostindische kers, slaapmutsjes en zonnebloemen buitenleven suggereert, is het doek tot stand gekomen in de Amsterdamse Pijp, in een tuintje aan de Rustenburgerstraat. Het jonggehuwde stel was daar in 1892 gaan wonen. De vrouw op de achtergrond is Van Looy’s echtgenote, Titia van Gelder.

Van Looy was een bijzonder origineel schilder die zich zowel met landschappen, portretten, stadsgezichten en genretaferelen bezighield. Later in zijn leven is hij zich met voorstellingen van bloemen en vruchten uit zijn eigen tuin gaan bezighouden. De tuin is daar het eerste en direct ook het mooiste en grootste voorbeeld van. Het is één van de slechts vijf grote bloemenschilderingen die er van Van Looy bekend zijn. Drie bevinden zich in privécollecties in Nederland en de Verenigde Staten.