Altijd blijven kijken...

Blog door conservator Jan Pelsdonk

Er bestaat een hemelsbreed verschil tussen iets verwachten te zien en daadwerkelijk kijken. De mens wordt veel te snel gevangen in een patroon waarbij iets dat half wordt waargenomen in het brein wordt vertaald naar iets dat wij kennen, waarna de ogen afdwalen naar het volgende onderwerp. Sinds ik mij bewust ben van deze menselijke eigenschap – die erg nuttig is bij het snel reageren op gevaar, maar in andere gevallen zand in de ogen strooit – is het makkelijker geworden om mijzelf te dwingen om voorwerpen een tweede blik te gunnen en ze in detail te bestuderen. Dit leidde er zojuist toe dat ik de wereld om mij heen even vergat. Wat was er aan de hand? Het gaat om de twee hier afgebeelde penningen. Bekijkt u ze maar eens goed. Valt u iets op?

Anoniem, schutterspenningen van Sint Jan Baptist te Besoijen (bij Waalwijk). 1839, zilver, 21x25 mm (TMNK 05576) en 19x23 mm (TMNK 16516)

Na een e-mailwisseling met een bekende numismaat werkte ik het collectiebestand even bij. Het gesprek was gegaan over de gilde- en schutterspenningen in Teylers Museum. Daarbij hadden de twee hier afgebeelde voorwerpen in het verleden weinig aandacht gekregen en de beschrijving in het collectiebestand behoefde aanvulling en aanscherping.

Sinds de middeleeuwen waren beroepsgroepen verenigd in gildeverband. Naast ambachtsgilden waren er onder andere koopmans- en schuttersgilden actief. De Franse Tijd betekende het einde van de gilden in Nederland, in 1818 werden ze definitief afgeschaft. Veel schuttersgilden zijn in de loop van de negentiende eeuw heropgericht, zoals dat van Sint Jan Baptist in Besoijen. Hierdoor denkt menigeen bij het woord ‘gilde’ tegenwoordig direct aan een plaatselijke schuttersvereniging.

De bewuste twee penningen zijn gemaakt door een afbeelding te slaan (of te persen) op een dun plaatje zilver. Het plaatje lag tijdens de bewerking op een flexibele ondergrond (zoals pek of leer) waardoor de afbeelding goed doorkwam. Door het fabricageproces ontstond er op de keerzijde een negatieve indruk. Vervolgens werd er een bredere rand aan beide plaatjes gesoldeerd, zodat het geheel meer stevigheid kreeg. De rand van het rechter exemplaar is voor het assembleren verguld. Deze penning is een fractie kleiner dan de linker: blijkbaar was de ring van de rand een millimetertje te klein uitgezaagd. Hierdoor is de tekst op het eindproduct tegen de rand aan komen te staan. Nadere beschouwing leert, dat de beide penningen met dezelfde stempel zijn vervaardigd; ze tonen dezelfde kleine gebreken. De maker is onbekend, er is eens beweerd dat aan de linkerzijde van de wolken de naam LOVIS zou staan.

De afbeelding toont Johannes de Doper op een wolk, met het lam gods (verwijzing naar Jezus) en een vaandel in de armen. Dat Johannes daarbij meer lijkt op een kind zullen we maar voor lief nemen. Het omschrift is duidelijk: ‘GILD VAN ST . JAN BAPTIST’ en ‘1839’. Tussen de beide exemplaren is een groot verschil zichtbaar: op de rechter penning ontbreekt namelijk het jaartal. Omdat alle teksten en afbeeldingen negatief in een stempel moeten worden gesneden, ligt het voor de hand dat het rechtse exemplaar de oudste is, waarna het jaartal aan de stempel is toegevoegd en het linkse stuk is geproduceerd. Tot zover is alles nog eenvoudig, maar de keerzijde levert een onverwacht raadseltje op. Want daar blijkt het rechter exemplaar plotseling in negatief het jaartal 1839 te tonen. Dat past uiteraard niet bij het bovenbeschreven procedé. Blijkbaar heeft de maker twee dunne plaatjes – één met jaartal en de tweede zonder jaartal – op elkaar gesoldeerd. De reden daarvan is mij een raadsel.

Besoijen maakt sinds 1922 onderdeel uit van de gemeente Waalwijk en heeft nog altijd een schuttersgilde; het in 1838 opgerichte Sint Crispinus & Sint Crispinianus. Waar is Sint Jan Baptist gebleven? In 1895 is over de penningen van het schuttersgilde Sint Jan Baptist gepubliceerd in het Tijdschrift voor Munt- en Penningkunde, door Johan Wilhelmus Stephanik (1860-1905). Hij meldde dat in 1869 vier schuttersgilden actief waren: ‘St. Jan, St. Joris, St. Crispijn en ’t Musschengilde’. In of kort na december 1891 blijkt Sint Jan Baptist te zijn uitgestorven en werden de bezittingen verkocht. Hier kwam jonkheer Matthias Adriaan Snoeck (1838-1911) uit Hintham om de hoek kijken. Hij was een bekend verzamelaar en – onder andere – commandant van de schutterij van Noord-Brabant. Blijkbaar verwierf hij ergens in de periode 1892-1894 wat voorwerpen van het gilde en schonk hij vervolgens in september 1894 de twee hier getoonde penninkjes aan Teylers Stichting.

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 9 september 2020.