De gevelsteen met de korenmaat

Blog door rondleider Peter van Graafeiland

Op de binnenplaats tussen het museum en het woonhuis van Teyler bevindt zich een oude gevelsteen. Hij dateert uit het eerste kwart van de 17de eeuw. Daar het huis pas begin 18de eeuw is gebouwd, moet de steen ergens anders vandaan gekomen zijn. Dat is inderdaad het geval, want de steen heeft oorspronkelijk gezeten in de gevel van Valkestraat 6. Hoe en wanneer hij op de binnenplaats terecht is gekomen, is niet geheel duidelijk, maar het is zeer goed mogelijk, dat het huis in de Valkestraat gesloopt is ten tijde van de bouw van Teylers Hofje. Gelukkig heeft men besloten de gevelsteen te bewaren. In de archieven is terug te vinden, dat in 1653 het huis in eigendom was van ene Theunis Jans, van beroep “corenmaeter”. Zijn huis stond bekend als De Vergulde Coorenmaat.

Links op de steen zien we de korenmeter. Wat hij daar precies aan het doen is, is op het eerste gezicht niet geheel duidelijk. Aan de rechterzijde van de voorstelling staat een zogenaamde achtel, een inhoudsmaat voor granen. Verreweg de meeste goederen die de stad werden ingebracht, moesten in de stadswaag gewogen worden. Kippen, geiten, bloemkolen; over alles moest, afhankelijk van het gewicht, een bedrag aan invoerbelasting betaald worden. Koren werd over het algemeen ingevoerd uit de Oostzeelanden. Daar niet elk schip dezelfde mate van waterdichtheid bezat, kwam de ene lading droger aan dan de andere. Dat had invloed op het gewicht van de lading. Daarom werd het koren niet per gewicht, maar per inhoud aangeslagen

Korenmeters moesten het koren opmeten, zodat de juiste korenaccijns kon worden vastgesteld. Hiervoor werden grote ronde maten gebruikt. Deze achtels hadden een inhoud van ongeveer 1/8 hectoliter. Uit de bodem van zo'n korenmaat stak in het midden een ronde ijzeren staaf omhoog. Boven op deze staaf lag een platte ijzeren lat, de strijkstok, die over de korenmaat kon worden rondgedraaid. De korenmeter zorgde ervoor dat de achtel tot over de rand met koren werd gevuld. Daarna streek hij met de strijkstok over de rand van de maat. Zo kon de exacte hoeveelheid graan worden afgemeten. Om ervoor te zorgen dat er niets aan de strijkstok bleef hangen, was het vak van korenmeter aan vele regels gebonden. Zo was elke korenmeter verplicht zich twee achtels, een strijkstok en een schop aan te schaffen. Dit gereedschap werd samen met dat van zijn collega korenmeters bewaard in het schrijfhuisje, dat op de Visbrug (thans Melkbrug) stond. Dit huisje ontleende zijn naam aan het schrijfgeld, toentertijd het officiële woord voor de korenaccijns. Het korenmetersgilde had 26 leden. Derhalve was er niet elke dag voor iedereen werk en daarom werd op "democratische wijze" met dobbelstenen geloot wie het graan van een binnengekomen graanschip mocht meten. Dit loten gebeurde in het schrijfhuisje.

De gevelsteen met de korenmaat bevat ook een moraliserende tekst: HOVT MAET WANT HET IS EEN WIS MAN DIE MAET HOVDEN CAN. In eerste instantie lijkt het er op, dat deze tekst bedoeld is om drankmisbruik aan de kaak te stellen. Het mannetje aan de linkerzijde heeft niet voor niets een flink glas (bier) in zijn hand. Bij nader inzien is het tegendeel waar. De man staat namelijk op de rug van een slak, een typisch voorbeeld van FESTINA LENTE: haast u langzaam. Volgens de Romeinse schrijver Suetonius was dit al het motto van de keizers Augustus en Titus, maar ook de familie de Medici, de gemeente Venlo en de Norbertijnen van Tongerlo blijken aanhangers van dit adagium. De Haarlemse korenmeter kon zich zo te zien ook wel in dit motto vinden. Hij vond het dan ook verstandig om wat betreft zijn dagelijkse werkzaamheden ook maat te houden en af en toe zijn achtel de rug toe te keren om tijd te nemen rustig van een goed glas te genieten. Een “wis man”, deze korenmeter!

Rondleider Peter van Graafeiland werkt sinds 1996 bij Teylers Museum. Dit blog werd op 25 maart 2020 geschreven.