Ludolf Smids als verzamelaar

Blog door conservator Jan Pelsdonk

In 2012 vond in Teylers Museum de tentoonstelling Hulde! Verering in de Gouden Eeuw plaats. Daarin werd de penningkunst uit de periode tussen de Val van Antwerpen (1585) en de Vrede van Utrecht (1713) in de tijd geplaatst en getoond samen met een veelheid aan andere voorwerpen, zoals zilver uit de Zilvervloot, schilderijen en porselein. In de bijgaande tentoonstellingscatalogus werd onder andere aandacht besteed aan het verzamelen in die dagen. Daarbij kwam aan het licht dat er soms wat na-ijver tussen verzamelaars bestond.

De verzamelaar Simon Schijnvoet kreeg het in de jaren ’20 van de achttiende eeuw aan de stok met Jacob de Wilde toen Schijnvoet het legpenningenboekje van Joachim Oudaan niet mocht lenen. De Wilde gaf als reden dat hij het boekje zelf dagelijks nodig had. Volgens Schijnvoet was dat een ‘onnoosele uytvlugt’ (terwijl een andere verzamelaar, Andries Schoemaker, het boekje wel mocht lenen). Of De Wilde het boek inderdaad zo hard nodig had is niet bekend. Wél bekend is, dat Schijnvoet het werk vervolgens mocht lenen van Ludolf Smids. Eind goed al goed, in een tijd dat publicaties schaars waren.

Bij toeval kwam ik Smids bijna een decennium later weer tegen in de collectie van Teylers Museum. Daar bevindt zich diens portret, met penseel en krijt op papier gezet door Nicolaas Verkolje. Smids werd in 1649 geboren, studeerde geneeskunde en maakte gedichten, maar zijn grootste passie was waarschijnlijk de oudheidkunde. Voor zijn bekendste publicatie, de Schatkamer der Nederlandsche Oudheden uit 1711, maakte hij gebruik van Schijnvoets zoon Jacobus, die de afbeeldingen in het boek verzorgde. De familie Schijnvoet kon bij Smids blijkbaar een potje breken, vandaar dat het boekje werd uitgeleend. In 1720 overleed Smids, na een ongelukkige val van een trap.

Bijgaand de afbeelding van Ludolf Smids. Centraal in een nis staat een medaillon met zijn buste, naast een lier (verwijzend naar de dichtkunst), wat oude munten en een perkament met de beschrijving van oude munten of penningen. Onderaan, op een doek, plaatste Verkolje een gedicht door Sybrand Feitama:

LUDOLPH SMIDS D MD
De schrand’re geest des Arts, heer SMIDS, deese aarde ontvlogen,
Toenn Pallas hem vergoodde, als ’t grootste Flonkerlicht
Van taal en oudheijdkunde en vindingrijk gedicht,
Houd elk in’t Boekjuweel van KOERTEN opgetoogen
Voor zijne gulde lier, die ’t breijn zo kunstig streelt
Als hem Apel Verkolje alhier heeft afgebeeld. 

Met ’t Boekjuweel van Koerten wordt verwezen naar het driedelige Stamboek dat knipkunstenares Joanna Koerten (1650-1715) en haar man hadden aangelegd en waarin in de loop van enige decennia vele belangrijke personen en kunstenaars een bijdrage hebben geleverd, onder andere in de vorm van tekeningen en gedichten. Het boek werd uiteindelijk uiteengenomen en de losse bladen werden op 7 en 8 augustus 1765 geveild in Haarlem. En laat tijdens die veiling nu ook Pieter Teyler van der Hulst zo af en toe zijn hand opgestoken te hebben. Hij kocht er diverse door Verkolje getekende portretten. Ter aanvulling kochten de directeuren van Teylers Stichting in 1808 een serie dichtersportretten van de tekeningenverzamelaar Willem Kops, ook weer uit dezelfde veiling afkomstig. Het unieke exemplaar over Smids komt ongetwijfeld uit Joanna’s boek. Of het in 1765 of 1808 werd verworven is mij nog niet duidelijk. Smids was tenslotte niet alleen dichter, maar – net als Pieter Teyler van der Hulst – ook een penningverzamelaar.

Nicolaas Verkolje, Portret van Ludolph Smids. Circa 1720, penseel en krijt op papier, 387 x 301 mm (inv. PP 1147).

Zie:

Pelsdonk, Jan (2012) De geschiedenis op orde. Collectioneurs, netwerken en verzamelingen in de Gouden Eeuw, in: Jan Pelsdonk & Michiel Plomp (red), Hulde! Penningkunst in de Gouden Eeuw (Zwolle) 50-77, specifiek 55.

Plomp, Michiel (1986) De schaar-Minerve: Joanna Koerten (1650-1715), in: Teylers Magazijn 11, 10-13.

Jan Pelsdonk is sinds 2008 conservator van het numismatisch kabinet. Dit blog werd geschreven op 15 september 2021.