Make-over door Jacob de Wit

Blog door conservator Marleen Ram

Tekeningen van oude meesters laten zich soms moeilijk lezen. Vaak ontbreekt de signatuur, is het gissen naar de naam van de maker of kan niet met zekerheid worden vastgesteld waarvoor het werk heeft gediend.

Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. De Amsterdamse kunstenaar Jacob de Wit (1695-1754) maakte het ons makkelijker. Niet alleen signeerde hij zijn tekeningen, ook schreef hij op de achterzijde vaak zeer nuttige informatie die ons vertelt waarvoor en voor wie hij zijn ontwerpen maakte. Zo noteerde hij op een tekening in Teylers Museum: ‘plaffon / voor WelEd Mevrouw Jacob [Gilles] / 1744 geschildert’.

Het betreft een ontwerp voor een plafondschildering die De Wit in 1744 voor ene mevrouw Jacob Gilles vervaardigde. Ze kan worden geïdentificeerd als Catharina Maria de Surmont (1656-1743), de weduwe van de katholieke koopman Joan Gilles (1642-1721). Haar man behoorde met een geschat vermogen van 350.000 gulden tot een van de rijksten van de Republiek. Tegenwoordig staat dat bedrag gelijk aan drie miljoen euro!

Na zijn dood investeerde Catharina als een bevlogen zakenvrouw de erfenis in onroerend goed. Ze kocht een aantal huizen aan de Herengracht en verhuurde die vervolgens. Zelf bleef ze in het huis op de Herengracht 250 wonen en voorzag het interieur in de jaren veertig van een opfrisbuurt. Bij De Wit, die op dat moment de belangrijkste interieurschilder van Nederland was, bestelde ze een illusionistische plafondschildering.

De tekening in Teylers Museum toont een eerste ontwerp, dat de kunstenaar mogelijk als voorbeeld aan de opdrachtgever heeft laten zien. Voorgesteld is Aurora, de godin van de dageraad. In het midden van de voorstelling verdrijft ze met haar brandende toorts de donkere wolken van de nacht. Het felle licht schijnt op de gezichten van de goden die ontwaken uit hun slaap. Flora, de godin van de lente, houdt een mand met bloemen vast. Onder haar zit Diana, de godin van de jacht. Ze is te herkennen aan haar attributen: een koker met pijlen en een boog. De figuur die we op de rug zien, is de slaperige herder Endymion. Zelfs hij lijkt uit zijn slaap gewekt, net als de andere figuren, waarvan er één zich uitgebreid uitrekt en gaapt.

Nadat het ontwerp was goedgekeurd, ging De Wit aan de slag. In zijn atelier had hij een machine waarmee hij op groot formaat kon schilderen. Omdat de plafondschildering nog bewaard is gebleven, kunnen we goed zien hoe dicht de kunstenaar bij het ontwerp van de tekening bleef. Hij veranderde alleen de houding en positie van Flora. In de plafondschildering liet de kunstenaar meer lucht tussen haar en de andere goden, waardoor hij het illusionistische effect versterkte.

Helaas heeft Catharina nooit het eindresultaat kunnen bewonderen. Ze stierf in 1743, een jaar voordat De Wit zijn werk voltooide. Haar zoon erfde het huis, waarna het pand in de negentiende eeuw eigendom werd van de familie De Clercq. In 1891 schonken zij de plafondschildering aan de stad Amsterdam. Vervolgens werd het stuk verwijderd en in de zijkamer van het huis aan de Herengracht 605 geplaatst. Hier is Museum Willet-Holthuysen gevestigd, en kan iedereen De Wits plafondschildering bewonderen.

Jacob de Wit, Aurora verdrijft de duisternis, 1744, pen en penseel en bruine inkt, over zwart krijt, Teylers Museum (inv.nr. TvB T 515)

Jacob de Wit, Aurora verdrijft de duisternis, 1744, olieverf op doek, Amsterdam Museum (inv.nr. SA 38089.1/5)

Marleen Ram werkt sinds 2019 in Teylers Museum als conservator van de kunstcollecties. Dit blog werd geschreven op 8 december 2020.