Maria Sibylla Merian, ecoloog avant la lettre

Blog door junior conservator wetenschap Moed de Vries

Van jong meisje dat thuis zijderupsen kweekte op zolder, tot een van de bekendste botanisch-kunstenaars van haar tijd, maakte Maria Sibylla Merian (1647-1717) 69 verjaardagen mee. Haar hele leven was ze haar tijd ver vooruit. Ze werkte als zelfstandige vrouw in de 17e eeuw en gebruikte vooruitstrevende methodes in haar natuurwetenschappelijke werk. Als een van de eersten beeldde Merian insecten af op de planten waar ze gewoonlijk gevonden werden, en beschreef ze hun veranderingen van rups tot vlinder. Hoewel we haar voornamelijk als enitomologe en botanist zien, wordt ze ook door velen als de eerste ecoloog beschouwd; ze gaf de wisselwerking tussen soorten en omgeving weer in haar vele kleurrijke aquarellen, en spendeerde vele uren met het bestuderen van het gedrag van de beestjes die zij beschreef.

Op 2 april 2020 is haar 373e geboortedag, en nog steeds roepen haar leven en werk bewondering op. De prachtige illustraties van Surinaamse planten en insecten in Over de voortteeling en wonderbaerlyke veranderingen der Surinaamsche insecten’  zijn haar bekendste werk, en ze hebben vele naturalisten na haar geïnspireerd. Onder hen zijn bijvoorbeeld August Johann Rösel von Rosenhof (1705-1759) met ‘Historia naturalis ranarum nostratium’, een van de eerste uitvoerige werken over kikkers, en Jacob l’Admiral (1700-1770) met ‘Naauwkeurige Waarneemingen omtrent de veranderingen van veel Insekten. Zowel Merians publicatie als deze twee werken zijn volledig digitaal door te bladeren op de Teylers website, en hierin is goed te zien hoe zij deze twee auteurs geïnspireerd heeft.

Merian is geboren in Duitsland, en betrok in Amsterdam in 1691 haar eerste atelier waar zij faam verwierf als botanisch kunstenares. Voordat ze naar Noord-Holland toog had zij echter nog een merkwaardige andere verblijfplaats in ons land. Ze woonde enige tijd in een Labadistische commune in het Friese Wieuwerd. De commune beschikte over een naturaliën kabinet dat haar zeer inspireerde en de omgeving bood haar ruim gelegenheid eigen onderzoek te doen. Een epidemie die in 1689 uitbrak – op dit moment een herkenbare gebeurtenis – dwong haar de commune onverhoopt te verlaten, waarna ze zich in Amsterdam vestigde. Hier leerde ze bekende Amsterdamse figuren kennen, waaronder 17de eeuwse naturalisten van naam: Nicolaes en Jonas Witsen, Frederik Ruysch, en Albertus Seba kon zij onder haar kennissen rekenen. Ook in Haarlem bezocht zij kabinetten; ze noemt dat van Levinus Vincent, een destijds wereldberoemd kabinet.

Op een relatief late leeftijd – ze was 51 jaar – reisde zij samen met haar dochters naar Suriname om daar tropische insecten in hun natuurlijke omgeving te bestuderen. Dit was een voor die tijd gevaarlijke en dure onderneming, die zij vroegtijdig moest staken vanwege opgelopen malaria. Gelukkig had ze toen al vele tekeningen gemaakt en meegenomen. Postuum werd het werk uitgegeven waar wij haar nu het beste door kennen, een paar jaar geleden nog heruitgegeven, met voorin een lofzang voorin die correct voorspelde dat haar geest en vlijt ‘Haer naem in yders mond zal leggen, En leeven doen na haeren doot’.

Portret Maria Sibylla Merian, Jacob Houbraken (1698-1780)

Moed de Vries werkt sinds 2020 als junior conservator wetenschap in Teylers Museum. Deze blog werd geschreven op 1 april 2020.