Geschiedenis — Teylers Museum

Geschiedenis

Wie de zware deur van museum aan het Spaarne opent, ziet in één oogopslag wat mensen zo enthousiast maakt. Het museum ademt de sfeer van de 18de en 19de eeuw - de tijd van de Verlichting - toen mensen volop bezig waren kennis te verzamelen over de wereld. Teylers Museum is een wereld op zich, die je nooit meer vergeet.

Alles is bewaard gebleven

Teylers Museum is het best bewaard gebleven openbare kennisinstituut voor kunst en wetenschap uit de 18de eeuw ter wereld. Al sinds 1784 is het publiek hier welkom om te komen kijken naar schilderijen en tekeningen van beroemde meesters, schitterende mineralen, vernuftige instrumenten, kostbare boeken en eeuwenoude fossielen. Alleen al het interieur van het museum, met als pronkjuweel de unieke Ovale Zaal, is een toeristische bezienswaardigheid van de eerste orde. Nergens anders in de wereld is een authentiek museuminterieur uit de 18de eeuw te zien. Jaarlijks bezoeken meer dan 110.000 mensen het museum.

Pieter Teyler

Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778) heeft het museum dat naar hem vernoemd is, nooit bezocht. Toen Teylers Museum in 1784 zijn deuren opende voor het publiek, was hij al zes jaar dood. De rijke Haarlemse bankier en zijdehandelaar liet bij zijn overlijden zijn woonhuis aan de Damstraat 21, zijn collectie boeken, tekeningen, prenten, munten en penningen én zijn gehele vermogen van 2 miljoen gulden (omgerekend zo’n 80 miljoen euro) na aan een stichting die zijn naam droeg: Teylers Stichting.

De geest van de Verlichting

In de geest van de Verlichting geloofde Pieter Teyler dat kennis alle mensen goed deed. Zelf verzamelaar, vond hij dat er een plek moest zijn voor het publiek om de wereld te onderzoeken. Die plek werd Teylers Museum. In de afgelopen eeuwen hebben beroemde geleerden van over de hele wereld het museum bezocht om onderzoek te doen en te discussiëren. Anderen kwamen voor het 'beschouwen van kunst'. En dat gebeurt nog steeds, al ruim 230 jaar lang.

De idealen van Pieter Teyler

Net als zijn vader was Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778) een succesvol zijdekoopman; vanaf 1763 verlegde hij zijn activiteiten echter steeds meer naar de financiële wereld. Als typisch vertegenwoordiger van de Verlichting had Teyler een brede belangstelling voor wetenschap en kunst als middelen om de mensheid en de maatschappij te verrijken. Op beide terreinen legde hij verzamelingen aan. Daarnaast was hij zeer geïnteresseerd in theologie. In 1728 trouwde hij met Helena Wijnands Verschaven. In 1756, kort na de dood van zijn echtgenote, maakte Pieter Teyler zijn testament op.

Het testament

In het testament bepaalde Pieter Teyler dat hij zijn aanzienlijke vermogen van 2 miljoen gulden (zo’n 80 miljoen euro) naliet aan een stichting. Hij wees vijf vrienden aan die deze stichting moesten besturen, de vijf Directeuren. Een belangrijke doelstelling van de stichting was de aanmoediging van godsdienst, wetenschap en kunst. Teylers Stichting is nog steeds actief op die terreinen, bijvoorbeeld door het uitschrijven van prijsvragen door de twee geleerde Genootschappen, die al sinds 1778 deel uitmaken van de Stichting. Liefdadigheid en armenzorg hoorden ook bij de doelstellingen van Teylers Stichting. 

Na Pieter Teylers overlijden in 1778 werd de Stichting eigenaar van zijn woonhuis aan de Damstraat en van zijn verzamelingen op het gebied van natuurlijke historie, penning- en tekenkunst en zijn boeken. De eerste Directeuren van de Stichting gaven de jonge architect Leendert Viervant in 1779 opdracht tot het ontwerpen van een ‘Boek- en Konstzael’ achter het Fundatiehuis (het woonhuis van Pieter Teyler). Zo ontstond de Ovale Zaal, die in 1784 voor het publiek open ging. Al snel werd deze ruimte in de notulen van de Stichting 'Museum' genoemd, een concept dat in die tijd nog vrij nieuw was. Daarmee was het eerste museum in Nederland een feit. En het is er nog steeds.